Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

helderde als een blanke maanlicht-val langs haar witte muren, en over haar Godgewijd wezen.

Van der Goes zal 't wel een compliment vinden, daarom schrijf ik het neer: dat ik mij aan deze middeleeuwsche vrouwen nader verwant voel dan aan hem. Konden hij en de weinigen, die zijn grievende uitingen van laatdunkenden eigenwaan goedkeuren, nu maar gelooven, dat wij niettemin trouwe, dappere sociaaldemocraten kunnen wezen, niet minder trouw en dapper, omdat wij tot de militia Chrlsti wenschen te behooren, gelijk ons middeleeuwsch voorgeslacht.

Maar tot dat inzicht kunnen zij zich moeilijk opwerken.

Och, ten slotte is v. d. Goes de nazaat van de bescheiden liberalen, die zich het denkend deel der natie noemden, en ik ben 't van de dompers, die behoefte hadden aan een christelijke school.

Geen menschen zoo „vogelvrij" als de christensocialisten. Nergens worden ze voor vol aangezien, niemand rekent ze tot ,,de onzen".

En losser dan de meest vogelvrije staat de christensocialist, die lid is van de S. D. A. P. — Aan het nieuwe Partij-tijdschrift wordt je zelfs geen plaatsje geboden in de lange medewerkers-rij. En aan den anderen kant — toen ik Slotemaker de Bruine onlangs in de christelijke „Stemmen des Tijds" antwoorden wilde op een artikel over religieus-socialistische literatuur, en hem vooraf advies vroeg, schreef hij, dat zulk een artikel van mij ongeveer geen kans had van te worden opgenomen. — Jhr. Rutgers van Rozenburg vond kort geleden voor zijn antieke beschouwingen over de christen-socialisten een hoofdartikelplaats in de „Nederlander", maar waar moest ik heen met mijn verweer?

Ten slotte ben ik, geloof ik, lachend ingeslapen. Ik dacht aan een onthoudersvergadering in een Zuid-

Sluiten