Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geloofs, om Christus' wil verricht, aan het gevangenisbezoek veel aandacht? Wie, dan die zelf tusschen de celmuren zit, vol van de gedachte: „Vandaag komen ze; vanmiddag, vanmiddag zijn ze hier!"

Dinsdagmiddag.

Ja, zoo'n bezoekkwartier, waarin je vijf familieleden ontvangt, is wel iets heel eigenaardigs. Het was mij een groote vreugde, maar vreugde in een zeer bijzondere lijst.

Je komt de trap af, en gaat recht daartegenover een vertrekje binnen, dat aan de andere zijde door glas en gaas is afgesloten. Op deze ruimte volgt een middelpad en aan den overkant daarvan staan de bezoekers.

In het middelpad zit de oppasseres. Over haar heen praat men met elkaar, zoodat van vertrouwelijk spreken geen sprake kan zijn.

Daar komt men ook niet toe. Je voelt jezelf vreemd achter dat glas en dat gaas; de bezoekers voelen zich schuw en vreemd in hun loge, zijn bang voor nerveusheid, willen zich vóór alles flink houden, en dreigen daardoor, de een in een pijnlijk zwijgen, de ander in een would-be dood-gewoon-doen, de derde in een zekere rumoerigheid te vervallen.

De directeur was zoo vriendelijk geweest, mij een vol kwartier toe te staan, want als er voor de twee beschikbare uren veel bezoeken zijn, kunnen deze maar kort, soms maar vijf minuten duren.

En een bezoek van vijf minuten moet een mislukking zijn, tenminste als het 't eerste is, dat den gevangene gebracht wordt.

Toch — ook in een kwartier doe je met je zessen niet veel anders dan over het hoofd van de zwijgende oppasseres heen, allerlei uitroepen slaken. Eerst over het uiterlijk . . .

Sluiten