Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een Woensdag en Donderdag doorleef ik feitelijk niet.

Deze Woensdag en Donderdag zijn slechts voortijden van den Vrijdagmorgen, als ik naar huis ga.

Toch was ik daareven zoo verdiept in het probleem, hoe ik op de meest economische wijze drie kapotte lakens tot twee heele vervormen kon, dat ik plots met schrik tot het bewustzijn van mijn celbewonerschap terugkwam. Voor het eerst was ik het kwijt geweest.'

De idee, dat ik hier langer, dat ik hier, zooals Rosa Luxemburg, een jaar zou moeten zitten, altijd stukjes inzettend, altijd lakens en hemden verstellend!

Ik denk aan den gevangene in Dickens' „Tale of two cities", die jaren aaneen schoenen moest lappen, en schoenen lappend verstompte.

Wat een probleem is dat der gevangenis! Dat van straf überhaupt!

Indien je ergens de voorwaardelijke veroordeeling als een zegen voelt — dan hier.

De mogelijkheid, om gevallenen hiervoor, voor dit reddeloos insuffen, te bewaren!

Daarom is het duidelijk, dat rechters, die dit instituut op ds. de Ligt en andere opstellers van het Dienstweigeringsmanifest toepassen, het nooit hebben begrepen.

Anders zouden zij het niet op deze wijze ontwijden. En ridikuliseeren.

Donderdag 4 Mei. Tiende dag.

Terwijl ik van morgen, voor 't laatst, buiten liep, glimlachte ik om de gedachte: ,,Ik zou 't niets erg vinden, als ik nog een paar dagen langer blijven moest".

Was dat een gezonde of een ongezonde gedachte? Ik weet het niet, ik zal er mij het hoofd ook niet over breken. Misschien is ze als heel veel menschen

Sluiten