Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Monopolies worden alleen door het eigenbelang gezocht", schreef eens br. dr. Denier van der Gon, de bekende Nederlandsche schrijver op magonniek gebied, in zijn werkje over De Magonnieke Landmerken (1911) naar aanleiding van dezelfde kwestie.

Intusschen : een Groot-Oosten is nog niet hetzelfde als een Opperraad. Een Groot-Oosten is eenvoudig de vergadering van afgevaardigden uit de loges, belichaamd voor zijne dagelijksche werkzaamheden in zijn Bestuur. Dus treedt het bestuur dier vergadering in zulke gevallen op als magonnieke autoriteit, die het goddelijk recht van den meester V. M. bindt? Administreeren, de gedane inwijdingen en arbeid boeken, dat kan. Maar als zij niet zou erkennen, vrijwillig en zonder eenige restrictie, wat voor hare oogen geschiedt, wat er geboren wordt en groeit, dan dient zulk een groot-oosten den 'groot-leugenaar'. Een Opperraad houdt nog in zich verborgen het mysterie van 'hoogere graden'. Er kan dus een hooger 'goddelijke' macht zijn, die het 'goddelijk' récht van den meester V. M. reguleert. Dit is een magonniek vraagstuk op zich zelf. Men kan daarvan a priori zeggen : er moet een cosmische macht zijn, hooger. dan élke menschelijke macht, en ik meen te mogen verwijzen naar mijne studiën over Cosmologie tot verklaring van de meening, dat het 'cosmische' voor ons menschelijk wezen de personificatie van het 'goddelijke' is, zoodat dan ook van uit zekere 'cosmische' magonnieke graden de inspiratie, de kennis en de sanctie moet komen voor den arbeid van de drie voornoemde graden, die de 'symbolische' genoemd worden.

Symbolische magonnieke arbeid kan slechts geschieden in gelijkenis met en op gezag van innerlijke, dat is cosmische, werkelijkheid. En die cosmische, innerlijke realiteit wordt in eene volmaakte magonnieke orde belichaamd in drie 'Hoogere Graden'.

Daarom kan een Opperraad wel, een Groot-Oosten géén erkenning of sanctie verleenen aan magonniek werk van den meester V. M. — naar mijne opvatting.

Het blijft niettemin de vraag, of het nóódig is. Wanneer éénmaal de sanctie verleend is op een stelsel van ritualen, symbolen enz. zou dit misschien voldoende geacht kunnen worden, en volgens dit stelsel werkende, elk meester V. M. veilig kunnen arbeiden. Maar dit zou copie-werk blijven. En daarom moet m.i. de

Sluiten