Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

meester V. M. voor zelfstandig werk óf steeds de volledige sanctie van de bedoelde Hoogere Graden hebben, öf het wezen dier Hoogere of 'cosmische' graden in zich zelf hebben. Op dit vraagstuk wil ik thans niet verder ingaan. Voldoende zij, te constateeren, dat de 'onwetendheid', door Ragon betreurd bij zijne medebroeders, het gevolg moet zijn van een dergelijk, niet meer door werkelijk-hoogere Graden gesanctioneerd copie-werk : overal waar een Groot-Oosten heerscht, is de uiterlijke en nietsbeteekenende, onrechtmatige sanctie èn erkenning in de plaats getreden van eene innerlijke en werkelijke sanctie door Graden, die konden wéten, wat de symbolen en ritualen beteekenen. Waar 'Hoogere Graden' optreden in Opperraden, kan hetzelfde verval natuurlijk plaats hebben ; alle organisch leven is sterfelijk en wordt opnieuw geboren. Zoo ook in magonnieke orden. Eene orde lééft alleen, wanneer zij stamt uit Hoogere Graden, die léven, en die géén eerebaantjes zijn, en wanneer zij steunt op leden, die het wezen dier Hoogere Graden in zich hebben en zóó de pilaren in den Tempel zijn, die er niet meer uit-gaan.

Overigens valt er niet veel te erkennen, en is van alle magonnieke erkenning in het algemeen hetzelfde te zeggen, wat hiervoren van den arbeid van een meester V. M. gezegd werd: wie niet erkent, wat hij ziet en wat is, die dient den leugen, en verloochent zijn eigen hoogste Magonnieke Goed.

Maar magonnieke arbeid bestaat dan ook niet in het kennen van een paar woorden en het geven van een bepaalden handgreep. Br. van Ginkel weet dit even goed als ik.

„Er moet, dunkt mij, aldus ook eene vrijmetselarij zijn van de letter, maar óók van den Geest ', schreef ik eenigen tijd geleden aan een br. V. M., behoorende tot eene orde, die mijne orde niet 'erkent', en doelende op Paulus' brief aan de 'Loge te Corinthe, waarin hij zegt „dat wij uit God de bekwaamheid hebben om een nieuw verbond te handhaven, dat niet van de letter, maar van den Geest is''.

Het 'goddelijke' spreekt tot ons eigen innerlijk en maakt ten slotte ons eigen diepste wezen uit. En zoo is het eenige ware magonniek gezag het innerlijk gezag van geweten en bewustzijn.

De 'Hoogere Graden' zijn dus de innerlijke of cosmische werke-

Sluiten