Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uiterlijke erkenning slechts de waarde van her-kenning hebben. Tegenover en nevens de sanctie van eigen geweten en bewustzijn is de sanctie van des meester V. M.'s werk door uiterlijke Hoogere Graden, vereenigd in Opperraad of andere Raden, slechts een bewijs van ontvangst in een kring van 'broederen', gelijk-gestemden, en eene bevestiging.

Ten slotte moet dus m. i. alle magonniek gezag berusten op en afgeleid zijn van innerlijk gezag. Dit is een direct antwoord op de eerste der beide vragen. Het uiterlijk gezag heeft, behalve de beteekenis boven aangeduid, ook de waarde van handhaver der oude, góed-gevonden en vastgestelde kenmerken. Dit is een heel practische waarde, die men evenmin mag gering achten, als die van het gezag. Al hebben wij den besten aanleg om te leeren en het vermogen om innerlijk te verstaan, dan hebben wij in onze persoonlijkheid toch scholing en vorming noodig. En dit wel op elk gebied. Ook op dat der vrijmetselarij, natuurlijk. Daarin bestaat m. i. de groote waarde en de taak der magonnieke orden. Ik hoop, daarop bij het uitwerken van eenige stellingen hierna nog terug te komen. Tegenover deze verdienste staat natuurlijk het gevaar of althans het euvel van dogmatisme, zooals overal in de wereld tegenover den goeden leermeester de pédant. Het Leven heeft in deze wereld een Vorm noodig om te verschijnen, en zoo komt uit innerlijk gezag en formeele uiterlijke erkenning de ware magonnieke orde tot stand, wanneer alles goed gaat. Maar overal waar de vorm oud wordt, gaat die ten slotte te gronde en nieuwe vormen worden door den Geest gezocht en gebouwd. 'Nieuwe wijn in nieuwe zakken', met o«/-kenning en verwerping van de gebreken, in de oude ontstaan, of zelfs met algeheel voorbijgaan van den ouden vorm, gelijk omstreeks 2000 jaar geleden zeer kennelijk geschied is.

Laat ons ten slotte niet verzuimen te zeggen dat, naar de meening van vele gezaghebbende schrijvers en voorname leden van magonnieke orden, de dusgenaamde Hoogere Graden niet een bepaald gunstigen invloed uitoefenen op de vrijmetselarij. Sommigen gaan zoover, dat ze deze graden zelfs noodlottig voor den waren magonnieken geest achten, wijl de magonnieke zelfstandigheid en vrijheid er door bedreigd wordt en er prac-

Sluiten