Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tisch in de geschiedenis der Vrijmetselarij door in het gedrang geraakt is. Niemand kan die mogelijkheid ontkennen. Een hoogere-gradenstelsel bevolkt door even-onwetende lieden als thans vaak —■ volgens getuigenis van Ragon e. a. — de kolommen der symbolieke graden vullen, kan niet anders dan een nuttelooze en beteekenis-looze belastingdruk op de laatste zijn. Een hoogere-gradenstelsel, waarin kennis en bewustzijn zetelen, is de geestelijke voedingsbodem, waarin de ware magonnieke vrijheid en zelfstandigheid hun wortels hebben, zooals hiervoren werd aangeduid. Waar denken zich de broederen, die genoemd bezwaar maken, dan eigenlijk de oorsprong van het gezag voor hunne ritualen, symbolen, woorden en kenteekenen ? Het komt mij voor, dat zij daarover, althans in de meeste gevallen, niet diep nagedacht hebben, want een beroep op 1717 is toch een nauwelijks waardig verplaatsen van de moeilijkheid; en een soort van onfeilbaarspreking, niet veel verschillend van een zekere andere, die zij, in beginsel, en in kwaliteit van Vrije Metselaren met de grootste kracht van zich werpen.

Anderen hebben geschreven — men zie voor deze bezwaren zoowel Ragon als later, A. E. Waite (A bidden Tradition in Freemasonry) — over de ijdelheid van het instellen en toekennen van steeds méér graden, onder titels, die den nederigste zouden doen blozen. Ik moet bekennen, dat ook ik gebloosd heb over zóóveel voornaamheid van rang en stand, als mij hier, als Vrijmetselaar zou kunnen worden opgelegd, vooral wanneer ik dacht aan de plichten, die het mee zou brengen, deze hooge waardigheden te vervullen. Sinds ik eenige van deze aan den lijve ondervonden heb, kan en wil ik verklaren en getuigen, dat ze erg meevallen en dat de plichten zóó weinig beantwoorden aan, of zelfs maar in verband staan met, de enorm voorname titels, dat deze grootendeels als zin-ledig beschouwd kunnen worden en daarom als in strijd met het magonnieke streven naar waarheid. Zulke 'hoogere graden' zijn een blaam voor de maX connieke orde, die ze handhaaft — maar ze zeggen niets tegen de drie graden, die wij als een hóóger en cosmisch accoord van de drie symbolische graden der 'Blauwe Vrijmetselarij' aangewezen hebben en die aan deze laatste verbonden moeten zijn door een zevenden, tusschengelegen graad, die tevens het

Sluiten