Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

variaties en worden van tijd tot tijd wijzigingen voorgesteld of bevolen. Alleen de 'Landmerken' zijn algemeen van kracht."

Ja, dat behóórden ze te zijn. Maar nu komen we voor moeilijkheden :

Br. Van Ginkel zelf geeft in het reeds aangehaalde brochure tje (Vrijmetselarij 1916), dat in grooten getale verspreid is voor propaganda, en waaraan hij zelf dus, natuurlijk trouwens, veel waarde schijnt te hechten als inlichting voor profanen, de volgende opsomming van ,,de zoogenaamde 'Landmerken , ontleend aan de Textbook of Masonic Jurisprudence (blz. 26-27) : „1. Bepaalde wijzen van herkenning.

2. De drie graden.

3. Bezoekrecht [van broederen in" vreemde loges — Th.]

4. Geloof in het bestaan van God

5. Geloof in een leven na dit leven.

6. Autonomie van Loges.

7. De noodzakelijkheid om bijeen te komen in en als Loge om magonnieken arbeid te verrichten.

8. Bestuur van een Loge door een Voorzittend Meester en twee Opzieners.

9. Het prerogatief van een Grootmeester om alle bijeenkomsten te presideeren.

10. Het recht van beroep na de uitspraak eener Loge op een Grootloge enz. enz."

Hierop alvast een paar aanteekeningen :

— 4 en 5 hebben een bepaaldelijk religieuzen inhoud, die even goed in eiken godsdienst gevonden wordt en die dus niet gezegd kan worden, op zich zelf 'Kenmerk' van Vrijmetselarij te zijn. Zelfs wil het mij voorkomen, dat 'geloof', in den zin waarin het hier gebruikt is, alléén in de exoterische godsdienstvormen' op de juiste plaats is en in het gemoed van den waren vrijmetselaar plaats gemaakt heeft voor iets méér. Zoo acht ik de punten 4 en 5 dus juist géén kenmerken of landmerken van vrijmetselarij.

Alle andere punten van de hier genoemde tien kunnen

evengoed op een organisatie van boosdoeners als op elke andere betrekking hebben; verder commentaar acht ik hierop overbodig.

Sluiten