Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Voor mij is hier dus geen enkel 'landmerk', laat staan eenig 'Groot Landmerk' van Vrijmetselarij genoemd.

Br. Denier van der Gon, in zijn zeer lezenswaard boekje, haalt allereerst de uitspraak van een bekend schrijver op magonniek gebied br. dr. G. Mackey aan, om te doen uitkomen, dat de 'landmerken' zijn „die bizondere kenmerken, waardoor wij van de profane wereld gescheiden zijn en waardoor we in staat zijn om ons erfrecht als 'zonen van het licht aan te toonen .

Wanneer we deze zeer ideale definitie gebruiken als toetssteen voor de hiervoren door. br. \ an Ginkel medegedeelde 'kenmerken', dan kan het moeilijk tot anders dan eene ontgoocheling leiden, die ons voldoende zegt, dat dit ze niet kunnen zijn.

— Dr. Van der Gon voegt er bij „Het is me niet gebleken, dat ook maar één schrijver daarover in den grond anders denkt. . [dan br. Mackey. Th.] waaruit ik afleid, dat de 'Landmerken' van the Textbook of Masonic Jurisptudence de ware niet zijn volgens al die schrijvers.

„Maken wij thans onze rekening tot dusver op, — zoo vervolgt dr. Van der Gon — dan vinden we. De magonnieke Landmerken zijn de bizondere kenmerken der Vrijmetselarij. Ze mogen niet veranderd worden, zelfs niet door het hoogste magonnieke gezag van het heden of de toekomst. Die onschendbaarheid der Landmerken wordt geëischt ['geëischt'? — Ze is of ze is niet, zou ik eerder meenen, Th.] door de taak, die de vrijmetselarij te vervullen heeft.''

Om kort te zijn, dr. Van der Gon geeft daarna twee lijsten van 'Groote Landmerken', die onderling geheel verschillend zijn en ook anders zijn dan die van het Textbook.

Allereerst de lijst der landmerken uit br. dr. Mackey's Encyclopaedia of Freemasonry (1858) die in 't kort bevat:

„1. De herkenningsmiddelen.

2. De verdeeling in drie graden.

3. (Niet genoemd).

4. Het bestuur der Broederschap door een voorzittend officier, Groot-Meester genaamd.

5. Het prerogatief van den Grootmeester om elke bijeenkomst der Broederschap voortezitten enz.

Sluiten