Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den genoemd, moet zich voor een goed deel bezig houden met het huishoudelijk bestuur der Orde, waarin aldus de 'Hoogere Graden' geenerlei meerdere of andere prerogatieven hebben dan de 'Lagere'. Dit is m. i. wenschelijk, omdat het gezag en de kracht der 'Hoogere Graden' van innerlijken aard moet zijn en blijven en deze niet móeten worden verbonden aan den sterken arm van uiterlijke macht en materieele bezittingen. Die bezittingen en die macht moeten in handen van den 'vierden graad' blijven.

Van elk lid der Orde wordt overigens verwacht eene vrijwillige, redelijke onderwerping aan het gezag van den graad deiDenkers en aan dat van den graad der Hoeders, elk voor zoover het zijne competentie betreft, vastgelegd in de statuten der orde, en slechts betrekking hebbende op ceremonieele, ritueele of symbolische vraagstukken. De belofte van deze onderwerping legt de nieuw toegelaten broeder af, zoowel als die van de geheimhouding en de specifieke 'verplichting' van den graad. Men vertrouwt op deze gelofte en er bestaat verder geenerlei uiterlijke jurisdictie, die den eventueelen verbreker eener gelofte ter verantwoording roept. Straffen bestaan niet in deze orde, wijl zij er geen zin hebben; zekere formulen die daaraan zouden kunnen herinneren, hebben slechts beteekenis van innerlijken aard. De graad der Hoeders en die der Denkers zijn echter belast met het onderzoeken van vraagstukken en meeningverschillen, die zich voordoen. Zij trachten die op te lossen door zooveel mogelijk licht te doen vallen op duistere punten, als zij vermogen, en zijn gerechtigd, voor het overige een zekere mate van vertrouwen van de 'jongere' graden te verwachten. Wil men dit eene 'rechtspraak' noemen, dan is het er eene die uitsluitend ten doel heeft, recht te maken, wat niet 'in den haak' is en juist inzicht te wekken.

De eischen van toelating tot zulk eene orde denk ik mij als volgt:

le- de candidaat moet zijn vrij en meerderjarig; hieronder wordt verstaan:

a. in maatschappelijken zin:

dat hij niet door gerechtelijk vonnis wegens misdrijf van zijne vrijheid beroofd is;

en dat hij den leeftijd van 21 jaren — zoon of dochter

Sluiten