Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

7. „Ga maar verder met je wagen,

„Ik bewaar' 't beste man,

„Als de honger goed gaat knagen „Maak ik veel meer winst er van."

8. Burgemeester die liet zeggen

Dat de diender komen zou, Om beslag er op te leggen,

Als hij niet verkoopen wou.

9. Maar voor daartoe was besloten,

Had de boer zijn prachtig graan Met petroleum begoten,

Liever dan het af te staan.

10. Heel de oogst was nu verloren,

Honger kwam er overal;

En de boer die smeet zijn koren Op zijn mesthoop bij den stal.

11. Iedereen ging hem vermijden,

Niemand die iets tot hem zei,

Al de knechts en al de meiden Liepen morrend hem voorbij.

12. Toen de boeren zaaien gingen

Werkte niemand op zijn land; En geen een der dorpelingen Nam voor hem den ploeg ter hand.

13. Dubbel loon wou hij betalen,

Niemand raakte aan zijn geld; Niemand liet zich overhalen Om te werken in zijn veld.

14. Op den mesthoop lag het koren,

Weggegooid met eigen hand; Zelfs zijn mest ging nog verloren, Werd vergif voor veld en land.

15. Ziet hem daar wanhopig loopen,

Die zijn graan bij hongersnood, Liever dan het te verkoopen Met petroleum begoot.

16. Maar de straf voor dezen stakker

Was, als altijd, zeer nabij, Want zijn groote, mooie akker, Werd een dorre, droge hei.

N°. 2. SINT NICOLAAS.

m

Sluiten