Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Geliefde ouders en famielje,

Ik ben nog levend en gezond;

Tot heden heb ik niet te klagen Al werd ik negenmaal gewond.

Ik mis 'n duim en 'n paar vingers, Mijn linker oor en linker koon;

De Generaal die liet me halen En gaf 't kruis toen aan je zoon.

De oorlog maakt je onverschillig,

Soms weet je niet hoe of je heet;

Je voelt 't zonnetje niet schijnen, Je proeft niet wat je drinkt en eet.

Je blijft maar schieten, hakken, steken, Totdat je man er is geweest;

Wanneer je slaapt ben je een engel, En als je vecht ben je 'n beest.

De loopgraaf van de naaste vijand Is honderd meter van ons af;

We zorgen voor eikaars gewonden En graven voor elkaar een graf.

We zingen soms dezelfde liedjes Of ruilen wat tabak en brood,

Maar als de aanval wordt geblazen, Dan schieten wij elkander dood.

Als je 'n vriend van je hoort kreunen,

Die ligt te sterven in zijn bloed, En als hij met gebroken oogen

De groeten aan zijn moeder doet; Dan zweer je dat je hem zal wreken,

Dan wor' je gek van moord en brand, Dan vloek je heel dien wreeden oorlog En sterf je mee voor 't Vaderland.

Als dit mijn laatste brief mocht wezen,

Dan is 't ook mijn laatste groet; Dan moeten jullie je maar troosten, Geliefde ouders, hou' dan moed. En als je op de doodenlijsten

Dan ook mijn naam gemeld ziet staan, Dan moet je denken bij je eigen:

Mijn jongen heeft zijn plicht gedaan!

N°. 4. INKWARTIERING.

Sluiten