Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Kleine Pietje speelde oorlog Met z'n zusje in de gang, Met z'n scherpe klappistooltje Maakte Piet Marietje bang. „Pietje, hou nou op met schieten,

„Hoor ie niet wat of ik zeg," Riep ze uit 'n donker hoekje, „Stoute vijand, ga je weg."

Pietje stond te commandeeren :

„Pas maar op, ik schiet je dood, „Ik ben padvinder, verdikkie,

„Want ik ben al net zoo groot." Tot op eens de kinderoorlog

Een verschrik'lijk einde nam, Want Marietje die ging huilen, Tot haar Moeder kijken kwam.

Pietje die zei: „Ik ben Frankrijk,

„Want ik heb geen schoentjes aan," En Marietje, die was Duitschland,

Want die had geen kwaad gedaan. Kleine Piet die droeg een steekje,

Net zooals „Napoleon",

En Marietje een trompetje Waar ze niet op blazen kon.

„Piet, wat is er, stoute jongen,

„Heb je zusje kwaad gedaan?" „Heusch niet moessie, ik ben Frankrijk

„En ik heb niet echt gedaan." „Waarom huil je dan Marietje?"

Vroeg de lieve Moeder toen; „Moessie," riep ze door haar traantjes, „Duitschland moet 'n plasje doen!"

N°. 16. KAATJE.

Sluiten