Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Doch, open gingen oogen en zielen voorde Schoonheid en Wijsheid van 'tOosten,

Geleerden ontsloten de Godshuizen, verklaarden de vreemde Schrift,

Wijzen togen naar 't Morgenland, om te leeraren niet, om te troosten

Zichzelf en hun volgers, met wat de gesmaden er hadden gegrift

In boeken heilig, bewaard in der tempels verborgenheden.

De Lotosbloem bloeit in de Lage Landen van tulp en van hyacinth,

Waar dichters in toov'rende taal de leer van het Oosten beleden,

Waar Oostersche Kunst nu waardigen, jaspis-blanken tempel vindt. —

Het gouden Boeddha-beeld werd monument — van pop

Tot hoog symbool. Kwanjin leerde een Borel ons eeren

Als dichterhulde, in diepen eerbied, waardig, en voorop

Gingen ons vorsten van den geest in gul waardeeren

Van wat de Liefde wrocht in êel metaal,

In onyx, kleur-rijk en in melkwit jaspis, groen agaatsteen,

In calcedonix, geel dooraderd,.... scheppend om tot schaal

Een blok van bergkristal of amethist: Wat enkel overdaad scheen

Makend tot werk van edelkunst; olifantstanden

Tot volkeren van dwergen, lustig krielend dooreen ....

Tóch hemelwaarts Haar tempels bouwend met devote handen! —

Toen werd tot opvoedster de Koopmanschap verheven

En zij bracht nieuwe Schoonheid in onze huizen, té vol

Van dingen, die niets meer zeggen, omdat hun makers leven

Op emoties van voorgeslachten, vormen oud en hol

Als verweerde wilgen, aan slootkant, dood, gapend hun vale lijven ....

En déze koopmanschap zal nu dit blanke huis bewonen,

Deze Koopmanschap, die méér wil dan handeldrijven,

Die het werk van geleerden en dichters in praktischen zin zal bekronen! —

Sluiten