Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Welke oude glorie moest verbleeken,

niet die van Holland's koopman zwond, die steeds in alle hemelstreken zijn oefenveld voor geestkracht vond,

wiens adeldom geen pergamenten behoeft, daar ieder kent zijn naam en van den tijd nog der regenten dagteekent meen'ge firmafaam!

„Wat van uw vaad'ren gij mocht erven", •— Zoo luidde Goethe's manlijk woord — „daarvan moet ge U 't bezit verwerven" Hoe heeft die zinspreuk U bekoord, U, dragers van een naam, geslachten reeds oud, door U verjeugdigd weer, die aan 't verwend die Haghe brachten Oostersche schoonheid van weleer, die meer dan koopmanschap bedrijven hier wilden, daar hun hart verpand was aan de Kunst, die zal beklijven, wat Mode ook heersche in Nederland! Wier ruime Huis stond immer open voor vreemdeling en landgenoot, die brengen zou, naar gij mocht hopen, het beste, dat deze Eeuw nog bood, die dichters in uw zalen spreken — kunstnijv'ren zich verklaren laat,

die nooit de heiige taak ontweken:

Waar Menschenmin vroeg Liefdedaad! —

Sluiten