Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VII.

Aan de Vrienden van het Huis.

Nu, Vrienden van dit Huis, open ik U de zalen,

Waar U de Schoonheid wacht in velerlei gedaant,

Waar U de Boeddha, wijs, tot zelfinkeeren maant,

en waar van veel geduld elk voorwerp zal verhalen,

dat werd gewrocht in stille liefde, nooit gehaast,

in verre landen en in o! zóó verre tijden,

toen zacht de dagen mochten in den nacht verglijden en nog niet ieder mensch door snelheid was verdwaasd.

Hier zal de nieuwe Kunst van zenuwachtig Westen U leeren dat ons land nog stille plekken resten Waar eeuw ge schoonheid bloeit in koesterende rust

Als weldra d'avondzon zich in de golven bluscht,

dan valt, van 't grootsch paleis, waar men den Vreê wil vesten,

den schaduw op dit Huis, dat Vrede, zeeg'nend kust! —

Frits Lapidoth.

Sluiten