Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Geheim.

's-Gravenhage, 21 Februari 1916.

Aan

Zijne Excellentie den Minister van Financiën.

Het behaagde aan Hare Majesteit de Koningin bij besluit van 5 October 1915, n°. 1, eene Staatscommissie in te stellen, waaraan werd opgedragen, te onderzoeken op welke wijze eene tijdelijke belasting kan worden ingericht, welke ten doel heeft buitengewone vermeerdering van inkomen of van vermogen als direct of indirect gevolg van den oorlogstoestand te treffen, en haar verslag met de noodige wetsvoorstellen uit te brengen aan Uwe Excellentie.

Bij dat besluit werden benoemd:

tot lid, tevens voorzitter:

Dr. D. Bos, lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal;

tot leden:

M. P. C. Barbe, Directeur der Westersuikerraffinaderij, te Amsterdam;

S. van den Bergh, Oud-Lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal, te Wassenaar;

J. Th. Cremek, Lid van de Eerste Kamer der Staten-Generaal;

Jhr. Mr. P. van Foreest, Lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal;

Jhr. Mr. D. J. de Geer, Lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal;

B. J. Gerretson, Lid van de Tweede Kamer der StatenGeneraal ;

Ed. Gerzon, Koopman te Amsterdam;

B. J. Hoetink, Directeur der registratie en domeinen bij het Departement van Financiën ;

J. C. E. Kellermann Slotemaker, Directeur der directe belastingen, invoerrechten en accijnzen, te Breda;

Mr. D. A. P. N. Koolen, Lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal;

A. G. Kröller, Lid van de firma Wm. Müller & Co., te 's Gravenhage;

Sluiten