Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Onder reederijen worden begrepen alle niet onder 1°. vallende vereenigingen van personen, die een of meer schepen tot gemeene baat gebruiken.

Artikel 4.

Of iemand binnen liet Kijk woont en of eene vennootschap, vereeniging, maatschappij, reederij of stichting binnen het Rijk is gevestigd, wordt naar de omstandigheden beoordeeld.

Artikel 3 der Wet op de Inkomstenbelasting- 1914 is van toepassing.

Overal waar in deze wet gesproken wordt van „liet Rijk" wordt daaronder verstaan ,,het Rijk in Europa".

Artikel 5.

De belasting wordt geheven over elk jaar, dat eindigt met of na den dag, genoemd in artikel 98.

Onder jaar wordt verstaan:

a. voor de natuurlijke personen het kalenderjaar ;

b. voor de overige belastingplichtigen het boekjaar of, bij gebreke van dien, het kalenderjaar.

Artikel 6.

Natuurlijke personen, naamlooze vennootschappen en andere vereenigingen van personen en stichtingen, die ophouden volgens artikel 2 of 3 belastingplichtig te zijn, blijven niettemin aan de belasting over het loopende jaar onderworpen.

Bij overlijden van een natuurlijk persoon, bij ontbinding eener naamlooze vennootschap of andere vereeniging van per sonen en bij tenietgaan eener stichting, wordt het verstreken gedeelte van liet loopende jaar met een vol jaar gelijkgesteld.

Artikel 7.

Als vermeerdering van inkomen of winst wordt beschouwd het bedrag waarmede liet zuivere inkomen of de zuivere winst over eenig jaar bedoeld bij artikel 5, te boven gaat het zuivere inkomen of de zuivere winst over het jaar waartoe de eerste Augustus 1913 behoorde.

Artikel 8.

Indien voor eene binnen het Rijk gevestigde naamlooze vennootschap of andere vereeniging van personen liet eerste boekjaar van twaalf maanden na den eersten Augustus 1913 is begonnen, wordt als vermeerdering van winst beschouwd het bedrag, waarmede de zuivere winst over eenig boekjaar te boven gaat een interest van het gestorte aandeelenkapitaal, berekend naar vijf ten honderd 's jaars.

Heeft zoodanige vereeniging geen aandeelenkapitaal of geen boekjaar, dan wordt, indien het eerste boekjaar van twaalf maanden na den eersten Augustus 1913 is begonnen of de vereeniging na 1913 is opgericht, de zuivere winst over eenig jaar als vermeerdering van winst beschouwd.

Eveneens wordt voor alle andere vereenigingen van personen, wier eerste boekjaar van twaalf maanden na den eersten Augustus 1913 is begonnen of die na 1913 zijn opgericht, en voor stichtingen welke in een der genoemde gevallen verlceeren, alsmede voor natuurlijke personen, voor wie de in artikel 7 bedoelde vergelijking niet kan plaats hebben, de zuivere winst of het zuivere inkomen over eenig jaar als vermeerdering van winst of inkomen beschouwd.

Artikel 9.

Indien voor eene binnen het Rijk gevestigde naamlooze vennootschap of andere vereeniging van personen de zuivere winst over het jaar waartoe de eerste Augustus 1913 behoorde, al of niet vermeerderd of verminderd ingevolge artikel 15, minder bedraagt dan een interest van het gestorte aandeelenkapitaal, berekend naar vijf ten honderd 's jaars, wordt als

Sluiten