Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vermeerdering van winst beschouwd liet bedrag- waarmede de zuivere winst over eenig jaar bedoeld bij artikel 5, genoemde interest te boven gaat.

Artikel 10.

Het inkomen der belastingplichtigen, bedoeld bij artikel 2, wordt opgevat en berekend volgens artikel 4, tweede lid, en de artikelen 5 tot en met 11 der Wet op de Inkomstenbelasting 1914, met deze afwijkingen, dat

1°. periodieke uitkeeringen, die genoten worden ingevolge eene verbintenis, waarvan de naleving niet in reclite kan worden gevorderd, niet als verschuldigd worden beschouwd;

2°. winst uit speculatie in goederen als inkomen of deel van het inkomen wordt beschouwd, ook wanneer zij anders dan in de uitoefening van een bedrijf of beroep wordt gemaakt.

Wanneer ten aanzien eener bron van inkomen bij toepassing der regelen omtrent de bepaling der zuivere opbrengst een verlies wordt verkregen, komt dit in mindering van de zuivere opbrengst der verdere bronnen van inkomen.

Artikel 11.

Van het inkomen worden, ter berekening van het zuiver inkomen, afgetrokken de door den belastingplichtig-e betaalde en niet met eene bron van zijn inkomen in verband staande:

a. lijfrenten, pensioenen en andere periodieke uitkeeriugen en verstrekkingen als bedoeld bij artikel 8 der Wet op de Inkomstenbelasting 1914, met dien verstande dat het tweede lid van genoemd artikel niet van toepassing is;

b. altijddurende renten;

c. renten van andere schulden;

cl. premiën voor levensverzekering, lijfrente of pensioen.

De laatste twee leden van artikel 19 der genoemde wet zijn van toepassing.

Artikel 12.

De zuivere winst der belastingplichtigen, bedoeld bij artikel 3, wordt berekend als het inkomen der overige belastingplichtigen.

Artikel 13.

Ten aanzien van natuurlijke personen wordt de opbrengst van onderneming of arbeid over een niet met het kalenderjaar samenvallend boekjaar beschouwd als inkomen of deel van het inkomen over het kalenderjaar, waarin het boekjaar is geëindigd.

Artikel 14.

Bij de berekening van de zuivere winst der binnen het Rijk gevestigde naamlooze vennootschappen en andere vereenigingen van personen over een boekjaar worden niet in mindering gebracht de uitdeelingen, onder den naam van tantièmes of welken anderen naam ook, aan beheerende vennooten, commissarissen of gecommitteerden, bestuurders en verder personeel, allen als zoodanig.

Daarentegen worden bij die berekening wel in mindering gebracht de op het boekjaar betrekking hebbende winstaandeelen van den Staat en, bij commanditaire vennootschappen op aandeelen, van de voor het geheel aansprakelijke vennooten, allen als zoodanig.

De belasting door een der bij het eerste lid bedoelde lichamen verschuldigd wegens het gedeelte der winstvermeerdering, dat aan een der aldaar genoemde personen ten goede komt, wordt van de uitdeeling aan dien persoon in mindering gebracht.

Artikel 15.

Indien en voor zoover blijkt, dat het gestorte aandeelenkapitaal eener binnen het Rijk gevestigde naamlooze vennoot-

Sluiten