Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Artikel 21.

Indien en voor zoover blijkt, dat eenige vermeerdering van inkomen een gevolg is van verkrijging of verliooging van een traktement, salaris of arbeidsloon, in dienst van een publiekrechtelijk lichaam genoten, is wegens die vermeerdering geen belasting verschuldigd.

Artikel 22.

Indien en voor zoover blijkt, dat eenige vermeerdering van inkomen een gevolg is van verkrijging of verhooging van een traktement, salaris of arbeidsloon, ingevolge een arbeidsovereenkomst genoten, en dat dit traktement, salaris of arbeidsloon de gebruikelijke belooning voor den arbeid, ingevolge genoemde arbeidsovereenkomst te verrichten, niet overtreft, is wegens die vermeerdering geen belasting verschuldigd.

Artikel 23.

Indien en voor zoover blijkt, dat eenige vermeerdering van inkomen of winst een gevolg is van opbrengst van kapitaal, dat is gevormd uit vermeerdering van inkomen of winst, waarvoor de belastingplichtige over een vroeger jaar in deze belasting is of zal worden aangeslagen, wordt die vermeerdering verminderd met een interest van dat kapitaal, berekend naar vijf ten honderd 'sjaars.

Artikel 21.

Indien en voor zoover blijkt, dat eenige vermeerdering van inkomen of winst een gevolg is van eenige uitdeeling gedaan door eene binnen liet Rijk gevestigde naamlooze vennootschap of andere vereeniging van personen, die over het jaar waarop die uitdeeling betrekking heeft, in deze belasting is of zal worden aangeslagen, is wegens die vermeerdering geen belasting verschuldigd.

De bepaling van het eerste lid is niet van toepassing ten aanzien van winstaandeelen in commanditaire vennootschappen op aandeelen, genoten door de voor het geheel aansprakelijke vennooten als zoodanig.

Artikel 25.

Vermeerdering van het inkomen der gehuwde vrouw wordt beschouwd als vermeerdering van het inkomen van haren man.

Het eerste lid is niet van toepassing in de gevallen bedoeld bij artikel 32, eerste lid, van de Wet op de Inkomstenbelasting 1914. Nochtans wordt in de laatste twee daar bedoelde gevallen, wanneer de beide echtgenooten binnen het Rijk wonen, de belasting naar de vermeerdering van hun gezamenlijk inkomen berekend en over hen omgeslagen in verhouding van de vermeerdering van ieders inkomen.

Artikel 26.

De belasting wegens vermeerdering van inkomen of winst wordt slechts geheven over het bedrag, waarmede die vermeerdering over eenig jaar f 1000 te boven gaat. Dat bedrag wordt, zoo noodig, naar beneden op een geheel veelvoud van f100 afgerond.

Voor de heffing der belasting over een jaar waartoe de eerste Augustus 1914 behoorde, komt voor de in het eerste lid genoemde som van f 1000 in de plaats een som van f 80 voor iedere maand, die in dat jaar met of na dien datum eindigt.

Wordt de belasting ingevolge artikel 6, tweede lid, geheven wegens vermeerdering van inkomen of winst over een korter tijdperk dan een jaar, dan komt voor de in het eerste lid genoemde som van f 1000 in de plaats een som van f 80 voor iedere maand of gedeelte daarvan, in dat tijdperk begrepen.

De belasting bedraagt 25 % van het bij het eerste lid bedoelde bedrag.

Indien voor de belastingplichtigen bedoeld bij artikel 2, onder 1°., liet bedrag der vermeerdering van het inkomen, verminderd ingevolge het eerste lid, kleiner is dan f 19 000, wordt het percentage genoemd in het vierde lid, verminderd

Sluiten