Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Voor personen als bedoeld bij liet vorige lid, wier echtgenoot© binnen liet Rijk woont, kan liet biljet worden bezorgd aan de woning der eclitgenoote.

Artikel 32.

De zorg voor de uitreiking der aangiftebiljetten is opgedragen aan den ontvanger der directe belastingen.

De dag der uitreiking wordt, indien zij niet door middel van de post geschiedt, op het biljet vermeld.

Artikel 33.

Ieder, wien voor hem zeiven of voor een ander een aangiftebiljet is uitgereikt, is gehouden dat biljet duidelijk, stellig en zonder voorbehoud, naar waarheid in te vullen of te doen invullen en te onderteekeneu.

Artikel 34.

De aangifte kan, namens hem die daartoe gehouden is, door een ander worden onderteekend, mits krachtens volmacht of krachtens vergunning van den ontvanger.

Indien iemand verklaart niet te kunnen schrijven, wordt het biljet, op zijn verlangen, met vermelding der reden door of vanwege den ontvanger ingevuld en, na voorlezing, namens den aangever onderteekend.

Artikel 35.

De aangiftebiljetten moeten binnen twintig dagen na de uitreiking ten kantore van den ontvanger worden terugbezorgd .

Desverlangd wordt een ontvangbewijs afgegeven.

De termijn voor de terugbezorging kan door den ontvanger worden verlengd.

Yoor biljetten, die in het ongereede zijn geraakt, worden kosteloos nieuwe verstrekt.

Artikel 36.

Hij die, hoewel hem over eenig jaar een aanslag moet worden opgelegd, binnen den door Onzen Minister van Financiën te bepalen termijn geen aangiftebiljet heeft ontvangen, is verplicht daarvan binnen eene maand na het verstrijken van dien termijn schriftelijk mededeeling te doen aan Onzen genoemden Minister.

Bij ontbinding eener naamlooze vennootschap of andere vereeniging van personen zijn de vereffenaars tot het doen der mededeeling gehouden.

Artikel 37.

Bij gebreke van de volgens de bepalingen van dit hoofdstuk vereischte aangifte wordt de belasting met vijf en twintig ten honderd verhoogd.

HOOFDSTUK III.

Aanslag.

Artikel 38.

De belastingplichtigen bedoeld bij artikel 2, onder 1°, en bij artikel 3, onder 1°, 2° en 3°, worden aangeslagen in de gemeente, waar zij wonen of gevestigd zijn; personen, die geen vaste woonplaats hebben, in de gemeente, waar zij zijn opgespoord of waar zij zich hebben aangemeld.

Artikel 39.

De belastingplichtigen bedoeld bij artikel 2, onder 2°, en bij artikel 3, onder 4°, worden aangeslagen in de gemeente, waar het onroerend goed gelegen is of het bedrijf of beroep uitsluitend of hoofdzakelijk wordt uitgeoefend.

Sluiten