Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Artikel +0.

Door Onzen Minister van Financiën worden de noodige voorschriften gegeven nopens de gemeente, waar de belastingplichtigen worden aangeslagen voor wie door de bepalingen van het vorige artikel hetzij geene, hetzij meer dan ééne gemeente wordt aangewezen.

Artikel 41.

De aanslagen worden vastgesteld door den inspecteur, met dien verstande, dat de aanslagen van de personen, bedoeld bij artikel 43,, tweede lid, onder 1°. van de Wet op de Inkomstenbelasting 1914, in overleg met den inspecteur der registratie worden vastgesteld.

Met afwijking van het bepaalde in het vorige lid worden de aanslagen vastgesteld door de commissie van aanslag, bedoeld bij artikel 66 van de Wet op de Inkomstenbelasting' 1914:

a. op verlangen van den aangever;

b. indien de inspecteur het voor de juiste regeling van den aanslag noodig acht;

c. indien de inspecteur der registratie het noodig acht voor de juiste regeling van den aanslag der personen, bedoeld bij artikel 43, tweede lid, onder 1°, van de Wet op de Inkomstenbelasting 1914.

De bepalingen der Wet op de Inkomstenbelasting 1914 nopens de bij het tweede lid bedoelde commissie zijn van toepassing.

Waar in dit artikel en volgende artikelen zonder nadere aanduiding gesproken wordt van ,,inspecteur", wordt daarmede bedoeld de inspecteur der directe belastingen.

Artikel 42.

De commissie van aanslag en de inspecteur kunnen dengene, die eene aangifte heeft gedaan, uitnoodigen, mondeling of schriftelijk nadere inlichtingen te geven.

De aangever die ingevolge de wet verplicht is boek te houden is, desgevraagd, gehouden, den inspecteur en den bij artikel 64 bedoelden deskundigen inzage te verleenen van boeken of andere bescheiden, die tot staving der aangifte of zijner nadere beweringen kunnen dienen.

Indien de aangever niet volledig heeft voldaan aan zijne verplichting ingevolge het tweede lid, wordt de belasting met vijf en twintig ten honderd verhoogd.

Hij wien inzage van boeken of andere bescheiden is gevraagd, wordt geacht die in zijn bezit te hebben gehad, tenzij het tegendeel aannemelijk is gemaakt.

De aanslagen worden zoo noodig met afwijking van de gedane aangifte vastgesteld.

Artikel 43.

De directeur der directe belastingen kan het besluit eener commissie nopens het opleggen of het bedrag van een aanslag vernietigen en den inspecteur tot de vaststelling van een aanslag machtigen.

Deze bevoegdheid moet binnen twee maanden worden uitgeoefend.

Geldt het den aanslag van een persoon als bedoeld bij artikel 43, tweede lid, onder 1°, van de Wet op de Inkomstenbelasting 1914, dan vraagt de directeur vooraf het advies van den inspecteur der registratie.

Artikel 44.

Op uitnoodiging van den inspecteur brengen de schattingscommissiën bedoeld bij artikel 57 der Wet op de Inkomstenbelasting 1914, advies uit omtrent de regeling van aanslagen,

Sluiten