Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Artikel 51.

Het beroep op den raad wordt ingesteld door indiening van een met redenen omkleed beroepschrift. Een afschrift der uitspraak, waartegen liet beroep is gericht, wordt daarbij overgelegd.

De inspecteur voegt bij zijn beroepschrift bovendien een afschrift hiervan.

Artikel 52.

Indien de volgens hoofdstuk II vereischte aangifte niet is gedaan of niet volledig is voldaan aan de verplichting ingevolge artikel 42, tweede lid, of artikel 46, laatste lid, wordt de aanslag, zooals hij laatstelijk is vastgesteld, gehandhaafd, zoo niet den raad is gebleken, dat en in hoever hij onjuist is.

Is in een dier gevallen de inspecteur krachtens artikel 50 in beroep gekomen, dan wordt de oorspronkelijke aanslag hersteld, zoo niet den raad is gebleken, dat en in hoever hij onjuist was.

Hij wien inzage van boeken of andere bescheiden is gevraagd, wordt geacht die in zijn bezit te hebben gehad, tenzij liet tegendeel voor den raad aannemelijk is gemaakt.

Artikel 53.

De raad kan toestaan, dat eene gedane aangifte wordt verbeterd.

Hij die bij zijne aangifte volhardt, kan door den raad worden uitgenoodigd haar door de volgende verklaring te bevestigen:

,,Ik verklaar naar mijn beste weten, dat de aangifte, die hier voor mij ligt, overeenkomstig de bepalingen der wet naar waarheid is gedaan".

Om geldige reden kan de raad toelaten, dat deze verklaring krachtens eene bijzondere volmacht wordt afgelegd.

Yan het afleggen der verklaring wordt proces-verbaal opgemaakt, dat door hem die haar aflegde, alsmede door den Aroorzitter en de leden van den raad wordt onderteekend.

De bevestigde aangifte wordt voor de uitspraak van den raad als juist beschouwd.

Wanneer de verklaring op de daartoe gedane uitnoodiging niet wordt afgelegd of het proces-verbaal door hem, die haar aflegde, niet wordt onderteekend, handhaaft de raad den aanslag, zooals hij laatstelijk is vastgesteld, tenzij de inspecteur, krachtens artikel 50 in beroep is gekomen, als wanneer de oorspronkelijke aanslag wordt hersteld.

Het tweede lid is alleen van toepassing op natuurlijke personen. Het blijft buiten toepassing, indien aan de verplichting ingevolge artikel 42, tweede lid, of artikel 46, laatste lid, niet volledig is voldaan.

HOOFDSTUK Y.

Navordering.

Artikel 54.

Bijaldien eenig feit grond oplevert voor het vermoeden, dat een aanslag ten onrechte is achterwege gebleven of vernietigd, of dat een te lage aanslag is opgelegd, kan de te weinig geheven belasting van den belastingplichtige of zijne erfgenamen worden nagevorderd, zoolang niet sedert den laatsten dag van het jaar, waarover ingevolge artikel 5 de belasting wordt gelieven, drie jaren zijn verstreken.

Ontstaat dit vermoeden door eene aangifte, voor welker inlevering, overeenkomstig de bepalingen der Successiewet, uitstel is verleend, dan wordt de termijn, binnen welken de aanslag tot navordering kan worden opgelegd, van rechtswege met den tijd van liet uitstel verlengd.

Artikel 55.

De vaststelling der aanslagen tot navordering van belasting i3 opgedragen aan den inspecteur in wiens dienstkring de oorspronkelijke aanslag is opgelegd of vermoedelijk een aanslag had moeten zijn opgelegd.

Sluiten