Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

,,Ik verklaar, dat ik de papieren van dien boedel, voor zoover voorhanden, onderzocht heb en dat ik noch door dat onderzoek, noch door eenige andere omstandigheid, van welken aard ook, weet of vermoed, dat de aangifte van N.N". voor de oorlogswinstbelasting over het jaar (een der jaren) te laag is gedaan."

Indien geen aangifte is gedaan, worden de woorden ,,te lage aangifte voor de oorlogswinstbelasting" vervangen door: ,,te lagen aanslag in de oorlogswinstbelasting". Het slot deiverklaring luidt alsdan: „dat N.N. in de oorlogswinstbelasting over het jaar (een der jaren) te laag is aangeslagen" .

Het formulier der verklaring wordt, ingeval oorspronkelijk geen aanslag was opgelegd of ingeval het een vernietigden aanslag betreft, zoo noodig gewijzigd.

Om geldige reden kan de raad toelaten, dat een ander dan hij die het beroepschrift heeft ingediend, de verklaring aflegt.

Van het afleggen der verklaring wordt proces-verbaal opgemaakt, dat door hem die haar aflegde, alsmede door den voorzitter en de leden van den raad wordt onderteekend.

Het afleggen der verklaring heeft ten gevolge, dat de aanslag wordt vernietigd,

anneer de verklaring op de daartoe gedane uitnoodiging niet wordt afgelegd of het proces-verbaal door hem die haai aflegde, niet wordt onderteekend, handhaaft de raad den aanslag.

HOOFDSTUK VI.

Verliooging van den aanslag.

Artikel 61.

Elk beroepschrift ingediend krachtens artikel 49 of 59, moet voor zoover niet beweerd wordt, dat geen aanslag had mogen zijn opgelegd, zoodanig zijn ingericht, dat daaruit eene conclusie kan worden getrokken ten aanzien van het bedrag, dat volgens den appellant had moeten worden geheven.

Artikel 62.

Indien de volgens de uitspraak van den raad van beroep verschuldigde of te recht nagevorderde belasting liet bij artikel 61 bedoelde bedrag te boven gaat, wordt de aanslag' verhoogd met vijf en twintig ten honderd van het verschil. Had volgens den appellant geen aanslag mogen zijn opgelegd, dan strekt de verhooging zich uit tot het gelieele bedrag van den door den raad geliandhaafden of vastgestelden aanslag.

Zij blijft achterwege, indien of voor zooveel het beroep uitsluitend gegrond was op verkeerde toepassing of schending der wet, alsmede indien het beroep is ingesteld tegen eene uitspraak niet voldoende aan het eerste lid van artikel 48.

Zij blijft eveneens achterwege, indien en voor zoover afwijking van de aangifte of navordering noodig is geweest ten gevolge van eene te lage schatting van den aangever en die schatting naar het oordeel van den raad klaarblijkelijk te goeder trouw heeft plaats gehad.

De nadere aanslag voor de verhooging wordt vastgesteld door den inspecteur.

Artikel 63.

Hij die bezwaar heeft tegen den hem opgelegden naderen aanslag volgens het vorige artikel, kan binnen twee maanden na de dagteekening van het aanslagbiljet een met redenen omkleed beroepschrift bij den raad van beroep indienen.

HOOFDSTUK YIÏ.

jBijzondere bepalingen.

Artikel 6é.

De directeur der directe belastingen kan op verzoek van den inspecteur deskundigen aanwijzen voor de inzage van boeken of andere bescheiden.

Sluiten