Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ledig (loet, wordt, indien daaruit nadeel voor liet Rijk kan onstaan, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden.

Artikel 79.

Hij die in de gevallen, bedoeld bij de artikelen 53 en 60, persoonlijk of door een hijzonder daartoe gemachtigde, opzettelijk eene valsche verklaring aflegt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren.

Artikel 80.

Met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren wordt gestraft:

1°. hij die aan den inspecteur, de commissie van aanslag of den raad van beroep, opzettelijk een valscli of vervalscht geschrift als bewijsstuk overlegt;

2°. hij die, nadat hem door den inspecteur of den raad van beroep is gevraagd inzage te verleenen van boeken of andere bescheiden, die tot staving zijner aangifte of bewering kunnen dienen, of nadat zijn aanbod om inzage van boeken of andere bescheiden te verleenen, is aanvaard, aan dien ambtenaar of raad, of aan den door den directeur der directe belastingen of door den raad aangewezen deskundige, opzettelijk een valscli of vervalscht boek of ander geschrift ter inzage aanbiedt.

Artikel 81.

Iïij die, door den inspecteur, de commissie van aanslag of den raad van beroep om inlichtingen gevraagd, opzettelijk onjuiste inlichtingen geeft, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie maanden of met geldboete van ten hoogste duizend gulden.

Artikel 82.

Hij die opzettelijk de bij artikel 66 opgelegde geheimhouding schendt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of geldboete van ten hoogste zeshonderd gulden.

Hij aan wiens schuld schending van de geheimhouding te wijten is, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van ten hoogste driehonderd gulden.

Geene vervolging wordt ingesteld dan op klachte van hem te wiens aanzien de geheimhouding is geschonden.

Artikel 83.

Hij die niet voldoet aan zijne verplichting ingevolge artikel 36, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste één maand.

Indien die verplichting rustte op eene naamlooze vennootschap of eene andere vereeniging van personen of op eene stichting, wordt de strafvervolging ingesteld en wordt de straf uitgesproken tegen de bestuurders.

Het recht tot strafvordering ingevolge dit aïtikel verjaart door verloop van een jaar, te rekenen van den dag dat de aanslag onherroepelijk vaststaat.

Artikel 84.

Hij die niet volledig voldoet aan zijne verplichting inge volge artikel 65, wordt gestraft met geldboete van ten hoogste duizend gulden.

Artikel 85.

Overtreding der krachtens artikel 67 bij algemeenen maatregel van bestuur vastgestelde bepalingen wordt gestraft met geldboete van ten hoogste honderd gulden.

Sluiten