Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Heffing eener oorlogswinstbelasting.

MEMORIE VAN TOELICHTING.

Geheim.

^ 1. De rechtmatigheid van eene rijksbelasting op oorlogswinsten wordt algemeen erkend. Van alle zijden is daarop aangedrongen en terecht. De oorlog brengt voor de overgroote meerderheid der bevolking stijging van levenskosten en voor zeer velen vermindering van inkomsten met zich. Degenen, die ten gevolge van de groote veranderingen in het verkeer en de behoeften, welke de oorlog teweegbrengt, in de gelegenheid zijn gesteld grootere inkomsten te verkrijgen dan hun anders ten deel zouden vallen, kunnen zich niet beklagen, dat zij tot extra-bijdragen worden verplicht, vooral niet nu de Staat gedwongen wordt tot bijzondere uitgaven van buitengewonen omvang.

§ 2. Om het gestelde doel te bereiken, kan men twee wegen inslaan. Onmiddellijke heffing bij de handeling, waarbij de oorlogswinst, waaronder te verstaan is een winst, die middellijk of onmiddellijk het gevolg is van den oorlogstoestand, wordt gemaakt, of belasting der voordeelen, nadat zij in inkomen en vermpgen (of, bij nietnatuurlijke personen, in winst en kapitaal) zijn opgenomen. De heffing bij de bron, hoewel schijnbaar doeltreffender, stuit terstond af op twee groote bezwaren. Vooreerst worden door liaar niet getroffen de bijzondere winsten in het verleden behaald. Om van de laatste een extra bijdrage te heffen zou men dus niet alleen de heffing bij de bron moeten toepassen, maar tevens den anderen weg moeten volgen. In de tweede plaats zal de heffing bij de bron uit den aard der zaak ook in de toekomst niet alle bijzondere voordeelen in het bereik van den fiscus kunnen brengen. Bij heffing van een recht van uitvoer zal bijvoorbeeld alleen hij, die uitvoert, een bijzondere bijdrage in de schatkist storten, terwijl onbelast blijven de oorlogswinsten van hen, die of' alleen voor het binnenlandsch verbruik voortbrengen en verdeelen öf voor de buitenlandsche markt werken zonder bij den uitvoer betrokken te zijn. Ook daarom zou de heffing bij de bron aanvulling vereischen. Bovendien is het geenszins altijd zeker, dat degene die uitvoert tegelijkertijd daarmede buitengewone winsten maakt. Er mogen verschillende artikelen zijn, waarbij dat het geval is, algemeen is dat verschijnsel nooit. Het is ook voor hetzelfde artikel gedurende den oorlog niet steeds in dezelfde mate het geval geweest.

De moeilijkheden zijn bij het ontwerp van wet tot het heffen van uitvoerrechten reeds aan het licht gekomen; het is wenschelijk daarmede rekening te houden.

Dat alles in aanmerking genomen, is in het bijgaand wetsontwerp de tweede weg gevolgd: belasting der voordeelen eerst nadat zij in inkomen en vermogen (of in winst en kapitaal) zijn opgenomen. De vermeerdering van het vermogen of kapitaal door middel van oorlogswinsten is niet als grondslag van belasting aangenomen, omdat liet niet juist zou zijn, dat de vertering van een deel der oorlogswinsten vermindering zou medebrengen van belasting. Tevens zou bij de meesten de vermeerdering van een deel van liet vermogen of kapitaa. worden opgewogen of overtroffen door de vermindeling van een ander deel tengevolge van de gedaalde koersen van ver-

Sluiten