Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schillende effecten. Door compensatie met die vermindering, welke laatste ongeveer allen bezitters verliezen bracht, zouden zij die door grootere inkomsten toch boven anderen zijn bevoorrecht, buiten de belasting vallen. Om die redenen moet worden volstaan met belasting van de vermeerdering van het inkomen of de winst. Ongeveer alle voordeelen, tengevolge van den oorlogstoestand behaald, vergrooten het inkomen of de winst en worden dus door een heffing wegens vermeerdering van het inkomen of de winst getroffen. Vermogens- of kapitaalvermeerdering in het algemeen zal dus geen object der belasting zijn, wel middel tot opsporing van dat object (vermeerdering van het inkomen of de winst). De vraag of in het algemeen belasting van vermogensvermeerdering gewenscht is, wordt hier ook daarom ter zijde gesteld, daar ze geheel onafhankelijk is van den oorlogstoestand.

Niet kan worden ontkend, dat in één geval vermogens- of kapitaalvermeerdering zelfstandig object der belasting zou kunnen zijn, namelijk als zij een direct gevolg is van koersstijging van effecten of van waardevermeerdering van onroerend goed als onmiddellijk of middellijk gevolg van den oorlog. Dan gaat zij buiten het inkomen of de winst om. Het zal echter juist in dezen tijd zelden voorkomen, dat bij een vermogen of kapitaal koersstijging of waardevermeerdering van sommige beleggingswaarden ten gevolge van deze oorzaken, niet door koersdaling van andere wordt opgewogen. "\ oor zulke vermogens- of kapitaalvermeerderingen schijnt daarom geen afzonderlijke regeling noodig. Men verlieze trouwens niet uit het oog, dat voor het geval de koersstijging Nederlandsche waarden betreft (b.v. aandeelen in Nederlandsche scheepvaartmaatschappijen) en zij verband houdt met buitengewone winsten door hier te lande gevestigde lichamen behaald, van die winsten oorlogswinstbelasting door die lichamen moet worden betaald.

Ook in de buitenlandsche wetgevingen is voor het meerendeel het in bijgaand ontwerp gekozen systeem gevolgd. In Denemarken en in Noorwegen wordt een buitengewone inkomstenbelasting geheven, waarvan het object is de vermeerdering van liet inkomen, vergeleken bij dat in normale omstandigheden; in Zweden een bijzondere l>elasting van de vermeerderde inkomsten, die een gevolg zijn van den tegenwoordigen oorlogstoestand (met uitzondering van de inkomsten uit onroerend goed en kapitaal, en van loonen, traktementen en pensioenen). In Duitschland gaat men eveneens in deze richting voor de heffing van een oorlogswinstbelasting. Alleen in Engeland — het land van de heffing bij de bron — wordt ook de „excess profits duty" in zooverre bij de bron geheven, dat zij betaald wordt van alle bijzondere winsten der industrieele en handels-bedrijven of -beroepen (commissionnairs en agenten daaronder begrepen).

§ 3. Het ontwerp gaat uit van het beginsel, dat de belasting moet worden geheven wegens vermeerdering van het inkomen of de winst, onmiddellijk of middellijk gevolg van de conjunctuur, door den oorlog in het leven geroepen. Een zoodanig verband is uit den aard der zaak alleen mogelijk bij vermeerdering van inkomen of winst sinds 1 Augustus 1914. Toch is het raadzaam den eersten termijn van heffing niet met den eersten Augustus 1914 te doen aanvangen. Dan zou de fiscus den meesten belastingplichtigen den eisch stellen, voor een tijdstip in het verleden een tusschentijdsche balans te maken. Aan dien eisch kan men moeilijk voldoen. Als eerste termijn van heffing is daarom genomen het kalenderjaar 1914 of het boekjaar, waartoe de eerste Augustus 1914 behoorde. De vermeerdering van inkomen of winst over dat jaar, welke als onmiddellijk of middellijk gevolg van den oorlogstoestand is te beschouwen, is aan de belasting onderworpen. Alle vermeerdering van inkomen of winst, waarvan men kan aantoonen, dat zij vóór den eersten Augustus is verkregen, blijft dus van de belasting verschoond.

Hoelang de belasting zal moeten worden geheven, is thans

Sluiten