Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nog niet uit te maken. In liet ontwerp is dan ook bepaald, dat binnen een jaar nadat de oorlogstoestand is geëindigd, een voorstel van wet wordt ingediend om deze lieffing te doen vervallen (zie artikel 96).

Aan liet ontwerp is ten grondslag gelegd liet beginsel, dat de belasting gelieven wordt wegens bet bedrag der vermeerdering in liet algemeen, verminderd met liet bedrag van die vermeerdering, welke tot den oorlogstoestand in geenerlei betrekking staat, d. w. z. ook zonder den oorlogstoestand ware verkregen. Welk bedrag van de vermeerdering voor aftrek in aanmerking komt, zal door den belanghebbende zelf moeten aangetoond worden of op andere wijze moeten blijken. Naar het voorbeeld der Scandinavische Rijken wordt ter vaststelling van de vermeerdering welke niet voor de heffing in aanmerking komt, de bewijslast op den belanghebbende zelf gelegd. Rustte hij op den fiscus, dan zou daardoor te groote kans op ontduiking worden geboden.

Een andere vraag is of de belasting moet worden geheven wegens iedere vermeerdering van inkomen of winst, welke van den oorlogstoestand een gevolg is. In het ontwerp is een uitzondering gemaakt voor de traktementen, salarissen en arbeidsloonen in dienst van een publiekrechtelijk lichaam of ingevolge een arbeidsovereenkomst genoten. Voorzoover tocii vermeerdering van inkomen enkel een gevolg is van verrichten arbeid, kan zij aan deze belasting niet onderworpen zijn, ook al zou zij met den oorlogstoestand verband houden (meu denke b.v. aan de traktementen van vele reserve-officieren van gezondheid, die hunne studiën bij het uitbreken van den oorlog juist hadden voltooid; aan de salarissen door de Nederlandsche Overzee Trust-Maatschappij uitbetaald; enz.). De traktementen door publiekrechtelijke lichamen toegekend, kunnen veilig als bloote vergoeding voor arbeid worden beschouwd. Bij die ingevolge een arbeidsovereenkomst genoten, dient er voor te worden gewaakt, dat onder den naam van loon enz. geen winsten worden genoten, welke een belastbare vermeerdering van het inkomen tengevolge hebben. Daarom moet in het laatste geval blijken, dat hij die het loon trekt, niet meer verdient dan de belooning, welke voor den arbeid, dien liij ingevolge de arbeidsovereen komst verricht, gebruikelijk is.

§ 4. De vaststelling van de vermeerdering van het inkomen of de winst levert eenige moeilijkheden op. Voor ons land maakt het tijdstip, waarop deze belasting moet worden ingevoerd, die vaststelling allesbehalve gemakkelijk. Den eersten 31 ei 1915 werd de wet op de bedrijfsbelasting vervangen door die op de inkomstenbelasting. Onder de eerstgenoemde wet waren niet alle inkomsten, die aan de inkomstenbelasting onderworpen zijn, belastbaar, o.a. niet die uit vermogen noch die uit land- en tuinbouw enz. In vele gevallen zal dus het vroeger genoten inkomen aan de administratie ^onbekend zijn. Daarbij komt nog het bezwaar, dat de bepalingen van de wet op de bedrijfsbelasting omtrent de berekening van het belastbare inkomen afwijken van die in de wet op de inkomstenbelasting. Met het oog op die moeilijkheden is in het ontwerp bepaald, dat de vermeerdering van het inkomen of de winst, genoten of behaald over de tijdperken, waarover de belasting wordt geheven, wordt vastgesteld door vergelijking van dat inkomen of die winst met het inkomen of de winst, genoten of behaald over het jaar, waartoe de eerste Augustus 1913 behoorde.

Waarom ter berekening van de vermeerdering slechts met één jaar (liet jaar waartoe de eerste Augustus 1913 behoorde) wordt vergeleken, en niet zooals bij de bedrijfsbelasting met het gemiddelde van de laatste drie jaren, zal uit liet bovenstaande duidelijk zijn. Vergelijkbare cijfers zijn niet voorbanden en voor elk jaar waarmede wordt vergeleken, moet dus afzonderlijk worden berekend, welk inkomen of welke winst naar de bepalingen van het ontwerp over dat jaar werd genoten. Voor de belastingplichtigen die boeken hebben, welke voor die berekening betrouwbare cijfers geven, zal zulks, zij het met niet geringe moeite, toch doenlijk zijn. Maar voor hen die geen boek hebben gehouden, zal de bereke-

Sluiten