Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 23. Door dit artikel wordt dubbele belasting zooveel mogelijk voorkomen. Het is immers mogelijk dat bij groote winsten, waarvoor de belasting wordt betaald, de opbrengst, daaruit na belegging in volgende jaren genoten, opnieuw een belastbare vermeerdering van liet inkomen oplevert. Die vermeerdering zal nu mogen worden verminderd met een interest van het uit belastbare oorlogswinst gevormde en belegde kapitaal, berekend naar vijf ten honderd 's jaars.

Art. 24. De bedoeling- van dit artikel is de belasting1 niet

O ~

onevenredig zwaar te doen drukken op de aandeelhouders der naamlooze vennootschappen. Heeft eene naamlooze vennootschap winstvermeerdering te boeken, dan wordt wegens die vermeerdering, voorzoover zij van den oorlogstoestand gevolg is, door dat lichaam de belasting betaald. Doet nu zulk eene vennootschap aan hare aandeelhouders ook grootere uitkeeringen dan die over vorige jaren, dan zal voor velen dier aandeelhouders het lioogere dividend een belastbare vermeerdering van liet inkomen ten gevolge hebben, waarvoor zij op hun beurt in de belasting zouden moeten worden aangeslagen. Dat nu zal volgens dit artikel niet geschieden. De aandeelhouders mogen op hun aangiftebiljet vermelden, in hoeverre de vermeerdering van hun inkomen een gevolg is van een liooger dividend uitgekeerd door eene naamlooze vennootschap enz., welke over het boekjaar waarop dat dividend betrekking lieeft, reeds in de belasting is of zal worden aangeslagen. \Y egens die vermeerdering is dan geen belasting verschuldigd.

Het is allicht niet overbodig er nadrukkelijk op te wijzen, dat het artikel den aandeelhouder niet toestaat liet dividend zonder meer van zijn inkomen af te trekken. Hij mag alleen opgeven welk deel der vermeerdering van zijn inkomen van dat dividend een gevolg is, en is wegens dat gedeelte geen belasting schuldig. Dezat hij b.v. in vorige jaren reeds hetzelfde getal aandeelen, dan zal het bedrag dat hij aan dividend meer heeft ontvangen dan over liet boekjaar 1913, ook al zou liet een belastbare vermeerdering van zijn inkomen tengevolge Hebben, belasting-vrij zijn. Had hij in vorige jaren de aandeelen nog niet in bezit, dan zal het bedrag dat liet kapitaal in die aandeelen belegd, nu meer opbrengt dan ovei«het jaar 1913, vrij van belasting zijn.

Art. 25. Dit artikel komt overeen met artt. 31 en 32 van de Wet op de Inkomstenbelasting 1914.

Art. 26. Voor het tarief zie men § 5. De belasting wordt slechts geheven over gelieele bedragen van f 100.

Artt. 27 tot en met 35. Deze artikelen eischen geen nadere toelichting. In artikel 27 is bepaald, dat ten behoeve der aanslagsregeling iedere belastingplichtige tot het doen eener aangifte wordt uitgenoodigd en waarin die aangifte bestaat.

Art. 36. Over de onmisbaarheid der verplichting tot deze mededeeling werd in § 6 gesproken.

Art. '37. Voor deze verhooging zie men § 6.

Artt. 38 tot en met 63. Deze artikelen komen in hoofdzaak overeen met de bepalingen van de Wet op de Inkomstenbelasting 1914. De schattingscommissie kan echter bij het vaststellen van den aanslag in deze belasting, waarvoor ieder aangifte doet, worden gemist. Wel kan zij goede diensten bewijzen door den inspecteurs van advies te dienen. Voor de verhooging genoemd in artikel 42, zie men § 6. Bij de navordering wordt van de genoemde wet op twee punten afgeweken. Vooreerst is de termijn op drie jaren gesteld (art. 54), wijl de heffing over den eersten termijn zoo laat zal aanvangen. Ten tweede wordt de belasting bij iedere navordering verdubbeld (art. 57).

Sluiten