Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

STAATSCOMMISSIE Geheim.

IN ZAKE DE HEFFING EENER TIJDELIJKE BELASTING OP OORLOGSWINSTEN.

NOTULEN van de Vergadering op den I8den December 1915, des voormiddags elf uur.

VOORZITTER: Dr. D. BOS.

(Afwezig met kennisgeving de Heer van Vollenhoven.)

De Voorzitter opent de vergadering en herinnert de leden aan de reeds medegedeelde werkwijze, welke de Voorzitter als het doeltreffendst aan de vergadering voorstelt: eerst het houden van algemeene beschouwingen waarbij het onderwerp in zijn geheelen omvang ter sprake komt; daarna bespreking der artikelen.

De subcommissie van voorbereiding heeft eveneens dien weg gevolgd.

Daar niemand tegen die werkwijze bezwJiar heeft, stelt de Voorzitter het houden van

Algemeene Beschouwingen

aan de orde.

De Heer Nieboer maakt, na hulde te hebben gebracht aan den arbeid der subcommissie voor het keurig in elkander gezette vóór-ontwerp, de volgende opmerkingen:

Vooreerst acht Spreker het wenschelijk in het wetsontwerp (b.v. in de considerans) iets op te nemen over de bestemming der belasting. Hare opbrengst zal immers niet worden versmolten in de gewone middelen, maar dienen tot dekking der crisis-uitgaven.

In de tweede plaats bepleit Spreker het denkbeeld ook de gemeenten in de heffing te doen deelen; dan zullen de gemeentebesturen, wier medewerking onmisbaar is, hunne hulp veel meer con amore verschaffen.

In de derde plaats acht Spreker den naam niet gelukkig gekozen wegens de min of meer ongunstige beteekenis die het woord „oorlogswinst" vaak heeft verkregen, n.1. ten koste des volks te zijn behaald. In het ontwerp daarentegen gaat het om iedere winst, die met den oorlog verband houdt.

Ten vierde meent Spreker, dat het belastingpercentage voor de zeer groote winsten nog wel hooger kan zijn dan vijf en twintig.

Ten slotte geeft Spreker in overweging de vrijwillige groote bijdragen, voor algemeen nut gedaan (b.v. aan de schatkist en de Steuncomités) , van deze belasting vrij te stellen.

De Heer Cremer kan zich in hoofdzaak vereenigen met het systeem door de subcommissie gekozen. Spreker oppert echter de volgende bezwaren:

1°. Het ontwerp betrekt ook het jaar 1914 bij de heffing. De wet zal dus een ongewone terugwerkende kracht hebben. Dat is volgens spreker onmogelijk. Men dacht in dat jaar aan geen oorlogswinstbelasting en heeft er bij uitgaven, zaakover-

Sluiten