Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dracht, enz. in 't geheel niet op gerekend. Vele winsten zullen verteerd zijn of in zaken gestoken en men kan daarover geen belasting heffen. Voor velen zal het trouwens niet mogelijk zijn over dat jaar hun oorlogswinsten op te geven (boeren, tuinders, kleinere winkeliers). Temeer is het teruggrijpen naar het jaar 1914 ondoenlijk, als men let op het hooge percentage. In het buitenland (n.1. in Denemarken, Zweden en Noorwegen) heeft men zulks terecht begrepen; daar werd de belasting eerder ingevoerd met een later punt van aanvang en een lager percentage;

2°. het tarief komt Spieker vrij hoog voor. Wij zijn geen oorlogvoerend volk;

3°. volgens het ontwerp zal worden vergeleken met het jaar 1913, dus niet met het gemiddelde over een aantal jaren, zooals overal in het buitenland. Spreker acht zulks zeer bedenkelijk omdat de meeste bedrijven op en neer gaan; het jaar 1913 kan voor het eene bedrijf een bijzonder voordeelig, voor het andere een bijzonder nadeelig jaar zijn. Spreker zou liever zien, dat men het gemiddelde b.v. over de jaren 1911, 1912 en 1913 als cijfer van vergelijking nam;

4°. Spreker zou gaarne vernemen of in het ontwerp met zijn strenge straffen voldoende rekening is gehouden met de landbouwers, die niet in de bedrijfsblasting waren aangeslagen en over 't algemeen geen boekhouding aanleggen.

De Heer Gerretson kan zich, hoewel hij gaarne hulde brengt aan den arbeid der subcommissie, met het standpunt, waarop zij zich heeft geplaatst, moeilijk vereenigen.

Spreker zou liever gezien hebben, dat eerst de geheele Commissie zich zou hebben verstaan over de hoofdlijnen: wat is oorlogswinst; heffing over welke tijdperken; vergelijking met welke jaren?

De Voorzitter merkt hierbij op, dat de Commissie volkomen vrij is ook nu nog dat alles te overwegen. Het voorontwerp is slechts bedoeld als een leiddraad om een verwarde discussie te voorkomen.

De Heer Gerretson acht het wenschelijk, dat ook de gemeenten, die door den oorlogstoestand veel te lijden hebben gehad, worden geholpen b.v. door opcentenlieffing.

Sprekers hoofdbezwaar tegen het ontwerp ligt hierin, dat niet met den toestand gedurende drie of vier jaren, maaralleen met het jaar 1913 vergeleken wordt. Spreker acht dat onmogelijk. Waarom gaat men niet uit van de kohieren. Als uitgangspunt kan men dan nemen het met zooveel zorg vastgestelde kohier van de Rijksinkomstenbelasting, dat zich door de samenwerking van Rijk en gemeente door vrij groote juistheid onderscheidt. De daardoor verkregen cijfers kan men dan vergelijken met die der drie voorafgaande jaren. Spreker wil gaarne de bezwaren hooren die tegen die wijze van doen zijn in te brengen, maar meent dat aldus vele gevallen zullen gegrepen worden, die ons anders ontgaan.

Wat het jaar 1914 betreft, dringt Spreker er op aan ook dat jaar bij de heffing te betrekken. Alle oorlogswinst moet worden getroffen.

De Heer Gerzon acht den naam niet gelukkig. Hij zou een ruimere aanduiding verkiezen, bv. conjunctuurwinst-belasting.

Ook naar Sprekers meening moet over het jaar 1914 de belasting reeds worden geheven. Men denke slechts aan de groote voorraden en de daarop behaalde winsten.

In de derde plaats betwijfelt Spreker of de uitvoering dezer wet aan den dienst der directe belastingen kan worden opgedragen. Dan zal zij veel te zeer worden vertraagd.

Het tarief kan spreker niet bevredigen. Waarom worden de eerste f 1000 vrijgesteld? Wordt over drie jaren geheven, dan zijn f 3000 vrij! Ook de progressie, of liever degressie acht spreker ongelukkig uitgewerkt; 25 pet. mag niet worden geheven bij f 20 000 meer-winst, want een zakenman steekt zulk

Sluiten