Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

STAATSCOMMISSIE IN ZAKE DE HEFFING EENER TIJDELIJKE BELASTING OP OORLOGSWINSTEN.

Geliefm.

NOTULEN van de Vergadering op den 5den Februari 1916, des voormiddags elf uur.

VOORZITTER: Dr. D. BOS.

Amendement van de Heeren Nierstrasz en van Loon op artikel ] :

De eerste alinea wordt gelezen als volgt:

„Onder den naam van oorlogswinstbelasting wordt eene belasting geheven wegens de vermeerdering van vermogen als onmiddellijk of middellijk gevolg van den oorlogstoestand, voor zoover die vermeerdering is ontstaan vóór 1 Januari 1910, en wegens de vermeerdering van inkomen- of winst als onmiddellijk of middellijk gevolg van den oorlogstoestand, voor zoover die vermeerdering is ontstaan na 31 December 1915."

In de tweede alinea worden in den eersten regel achter het woord: „van" ingevoegd het woord enhetteeken: „vermogen,".

(Afwezig met kennisgeving de Heer Tydeman, Onder-Voorzitter, en de Heeren Barbe, Koolen, Kröller, van Stolk, van Vollenhoven en de Wijkerslooth de Weerdesteyn).

De Voorzitter opent de vergadering en doet eenige mededeelingen over den gang van zaken sinds de vorige bijeenkomst. De Onder-Voorzitter heeft na den 18den December tot den 28sten December 1915 wegens ziekte van Spreker de werkzaamheden geleid en den 13den Januari 1916 de vergadering van de subcommissie van voorbereiding gepresideerd waarin, na kennisneming van de ingekomen nota's de tegenwoordige redactie van het wetsontwerp is vastgesteld.

De Voorzitter vraagt vervolgens of iemand van de leden nog over de zaak in het algemeen het woord wil voeren, of dat de artikelen dadelijk aan de orde kunnen komen. De Heer de Geer merkt hierbij op, dat het denkbeeld om voor de gemeenten opcenten te heffen, bij geen der artikelen aan de orde komt. De Voorzitter zegt toe, dat die quaestie bij de behandeling van de Memorie van Toelichting ter sprake zal komen (nl. bij § 1). De Heer Gerzon wil er even de aandacht op vestigen, dat, daar de vraagstukken na de vorige vergadering ook ten gevolge der nota's van de Heeren Nierstrasz en van Ommeren, beter zijn overwogen, het best mogelijk zal kunnen zijn, dat men zijn stem over sommige principieele artikelen anders uitbrengt dan in de vorige vergadering over de beginselen zelve.

Ontwerp van Wet.

Wordt thans aan de orde gesteld: artikel 1.

De Voorzitter brengt bij dit artikel terstond ter sprake het amendement der Heeren Nierstrasz en van Loon en beantwoordt de vraag of dit amendement na de stemming in de vorige bijeenkomst over het beginsel van het ontwerp nog behandeld kan worden toestemmend. Immers het bevat eigenlijk een tusschenvoorstel om beide systemen (belasting wegens inkomstenvermeerdering en die wegens vermogensvermeerdering) te vereenigen. Als zoodanig kan het nog wel in behandeling komen.

De Heer Nierstrasz deelt mede, juist daarom dat tusschenvoorstel, waarbij de Heer van Loon zich heeft aangesloten, te hebben gedaan. Het gaat naar Sprekers meening niet aan om belasting te heffen over winst, die er niet meer is. Men moet dus voor het verleden een anderen weg bewandelen dan voor de toekomst. Voor het verleden moet de vermogensvermeer-

4

Sluiten