Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dan zullen alleen de kleine boertjes getroffen worden en de groote boeren, die een gevulden effectentrommel bezitten, vrij uitgaan door compensatie met de verliezen daarop.

Wat de naamlooze vennootschappen betreft, vraagt Spreker waarom zij uit hare buitengewone reserves, die zij toch alle bij winstvermeerdering maken, niet de belasting kunnen betalen? Is een reserve eigenlijk als afschrijving bedoeld, dan staat de zaak anders. Doch dat komt later aan de orde.

De Heer Nierstrasz mag in geen geval uit het oog verliezen, dat de compensatie in het ontwerp is opgenomen als concessie San degenen die een belasting wegens vermogensvermeerdering voorstaan. De billijkheid is dus zeker onder de oogen gezien. Zou men nu twee systemen in het ontwerp opnemen, dan is de compensatie niet te regelen. Men moet derhalve öf het eene öf het andere systeem kiezen en de Staatscommissie heeft in haar vorige bijeenkomst gekozen.

De Heer Nierstrasz acht compensatie ook met vermogensverliezen juist billijk. Zij zijn toch verliezen tengevolge van den oorlogstoestand.

Verder wijst Spreker er op, dat de naamlooze vennootschappen in het verleden niet hebben kunnen reserveeren met het oog op deze belasting. Want men wist niet, dat zij komen zou. (Stemmen in de vergadering: ho! ho!)

De Voorzitter herinnert er aan, dat verliezen door koersdaling van effecten een algemeene schade is, die iederen bezitter treft. Compensatie daarmede zou dus hoagst onbillijk zijn. Anderzijds zijn door de compensatie met inkomsten- of winstvermindering vele bezwaren opgeheven, zoodat niemand meer behoeft te betalen dan billijk is.

De Heer Nierstrasz zet uiteen, dat zijne bezwaren vooral gericht zijn tegen de terugwerkende kracht der wet. De naamlooze vennootschappen bijv. kunnen toch geen belasting betalen van winst die verdeeld is. Het object is weg.

De Heer Patijn kan zich met den algemeenen gedachtengang van den Heer Nierstrasz wel vereenigen. Maar het gaat toch moeilijk aan, de grondslagen van het ontwerp weer omver te werpen. Dan is de Commissie den eersten tijd nog niet klaar. En het land wacht op de belasting!

In de tweede plaats zal het stelsel van den Heer Nierstrasz veel minder opbrengen, omdat de kleine vermeerderingen van het vermogen over 't algemeen niet te vinden zijn.

Wat de betaling der belasting betreft uit de reservefondsen, wijst Spreker er op, dat zij worden gevormd met het oog op de tegenslagen in de toekomst. Kan nu de belasting niet zeer goed als zulk een tegenslag worden beschouwd?

Het amendement van de Heeren Nierstrasz en van Loon wordt in stemming gebracht en met 20 (twintig) tegen 5 (vijf) stemmen verworpen.

Tegen het amendement stemmen de Heeren van den Bergh, Cremer, van Foreest, de Geer, Gerretson, Gerzon, Hoetink, Kellermann Slotemaker, Laman de Vries, van der Lande,. Mesdag, de Monté ver Loren, Nieboer, van Nierop, Patijn, Schaper, Schuuring, Teenstra, van Welderen Rengers en de Voorzitter.

Voor het amendement stemmen de Heeren van Loon, Nierstrasz, van Ommeren, Scheurleer en Wierdsma.

De Heer. van Ommeren deelt mede, om practische redenen geen amendement op artikel 1 te hebben ingediend, hoewel ook Spreker in zijne nota andere wegen heeft bepleit. Immers zouden, indien in artikel 1 een ander systeem werd opgenomen, èn ontwerp èn Memorie van Toelichting geheel moeten worden omgewerkt, wat groote vertraging zou geven. De quaestie wordt natuurlijk mede beheerscht door artikel 26. Wordt het tarief verlaagd, dan vallen voor Spreker vele bezwaren weg.

Sluiten