Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

)

andert de conjunctuur doordat Nederland in den oorlog betrokken wordt, dan is daarvan het gevolg dat het land geruineerd wordt en ieder groote schade lijdt. Voor compensatie is dan niet de minste grond; nöch t. a. v. hen die vroeger deze belasting betaalden en nu schade lijden (geval a), nöch t. a. dergenen die dan ' nog winsten maken (geval b). Daarom is het nieuwe artikel 91a voorgesteld.

Het amendement op artikel 91 zelf beoogt volgens Spreker het volgende. De compensatie moet ook wat den tijd betreft, worden beperkt. Er moet voor den Minister van Financiën toch eens zekerheid komen, hoeveel de belasting opbrengt. Een compensatie telkens over een driejarig tijdvak is uit billijkheidsoogpunt voldoende. Die beperking is trouwens -ook nog hiervoor noodig. Stel de verwachte economische inzinking treedt na den vrede werkelijk in, dan zullen handel en industrie over het algemeen een moeilijken tijd doormaken en ieder schade lijden. Het zou dus allesbehalve billijk zijn, wanneer zij die misschien vele jaren vroeger oorlogswinsten konden boeken, de in genoemden crisis-tijd geleden verliezen met die winsten zouden kunnen compenseeren.

De Heer Cbemer wil gaarne eerst een andere quaestie ter sprake brengen. Stel er wordt, terwijl de aanslag over een vorig jaar nog hangende is, een verlies geleden, dat de geheele winst over dat vorige jaar opslokt. Moet men dan toch eerst, betalen, om het geld later weer terug te ontvangen? Dat zou wel eens, gezien de groote bedragen, zeer ongelegen kunnen komen. Zou daarin niet te voorzien zijn?

De Voorzitter antwoordt, dat in het genoemde'geval volgens artikel 74 uitstel kan gegeven worden.

De Heer Cremer : maar dan rente betalen!

De Voorzitter meent dat daarin voorzien kan worden.

De Heer Patijn gevoelt veel voor het amendement op artikel 91 zelf. Behalve de door den Heer Nieboer aangevoerde gronden brengt spreker nog een argument bij. Men mag eenerèijds de prikkels tot onderneming niet verzwakken, maar anderzijds moet ook geen overmoed gekweekt worden door de gedachte: loopen de zaken mis, dan krijgen we de vroeger betaalde belasting toch altijd terug. Daarom is ook Spreker voor een beperking der compensatie.

De Voorzitter wijst op de groote vereenvoudiging die het amendement op artikel 91 voor de administratie met zich brengt.

De Heer Nierstrasz heeft bezwaar tegen het amendement. Stel dat de wet eens lang zou moeten gelden, dan is verge lijking met twee jaren veel te kort.

De Heer Gerretson stelt voor den termijn iets langer te nemen.

De Voorzitter oppert eenige bezwaren tegen het voorgestelde artikel 91 a. Zeker, als ook ons land in den oorlog mocht worden betrokken, verandert alles. Maar dan zal er voor alle belastingen een geheel andere toestand intreden. Het is daarom beter in deze wet er niet over te spreken.

Spreker heeft ook een meer algemeen bezwaar. Is het wel goed in de wet van de kansen op oorlog te spreken ? Waarom den menschen telkens schrik aan te jagen? Het is veel beter dat men kalm blijft; dan zal ieder, mocht de ramp komen, er persoonlijk sterker tegenover staan.

Wat het amendement op artikel 91 zelf betreft, zou Spreker den termijn willen verlengd zien tot drie jaren (dus compensatie telkens over een vierjarig tijdvak). Men verlieze niet uit het oog, dat de jaren 1914 en 1915 al voorbij zijn.

De Heer Schaper stemt den Voorzitter toe, dat het wat bar klinkt in de wet over oorlogskansen te spreken. Maar ieder is er toch aan gewoon en in Augustus 1914 is toch onmiddellijk bij K. B. afgekondigd, dat ons land in oorlogsgevaar

of een dier beide jaren krachtens deze wet is aangeslagen geweest, terugbetaald de som welke hij minder aan belasting zou hebben betaald, indien de genoemde vermindering van inkomen of winst een verlies ware geweest over die jaren, te beginnen met het laatste jaar waarover hy wegens vermeerdering van inkomen of winst is aangeslagen geweest;"

Na art. 91 wordt ingevoegd een nieuw art. 91 a, luidende:

„Artikel 91 blijft buiten toepassing voor elk jaar bedoeld bij artikel 5, waarin Nederland in den oorlog betrokken mocht zijn geweest".

Sluiten