Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van inwoning. De Rotterdammer die in Den Haag woont, wordt in Den Haag aangeslagen. Een aparte regeling zal dus noodig zijn, volgens welke de aanslag wordt opgelegd in de plaats des bedrijfs.

De Heer Schapee vreest, dat mogelijke opcentenheffing in de Kamer een motief zal zijn om het tarief te verlagen. Het denkbeeld is Spreker zeker sympathiek, maar zou de verwezenlijking niet beter te bereiken zijn door van Rijkswege aan de gemeenten die zulks noodig hebben, een uitkeering te doen? Daarvan verwacht Spreker meer heil.

De Heer de Geer is van meening dat de moeilijkheden best te ondervangen zijn. Bij de voorgestelde opcentenheffing voor de gemeenten op de belasting van naamlooze vennootschappen zijn zij niet gevoeld. Misschien zou men als woonplaats kunnen beschouwen de plaats, waar men vóór zekeren datum gevestigd was.

Het tarief behoeft door de mogelijke opcentenheffing niet gedrukt te worden. Het tarief voor het Rijk jnoet men zelfstandig bezien.

Spreker zal echter geen voorstel doen.

De Voorzitter acht het punt nog niet rijp om het nu reeds in de wet op te nemen. Het beste is de argumenten voor en tegen op te nemen, dan kan later de Kamer beslissen.

De Voorzitter stelt vervolgens aan de vergadering de vraag of men nog belangrijke wijzigingen in de Memorie van Toelichting wil voorstellen, dan zal in de volgende week opnieuw vergaderd moeten worden.

De Heer Pa.tijn wil slechts met een enkel woord over Indië spreken. De subcommissie heeft, in antwoord op Sprekers nota. gezegd dat het buiten de opdracht ligt, om de Regeering te verzoeken een deel der belasting aan Indië toe te wijzen. Nu er echter wel over de gemeenten gesproken zal worden, mag Indië niet achterblijven. Groote winsten die onder de belasting zullen vallen, zijn in Indië gemaakt. Zou in de Memorie van Toelichting niet iets in dezen geest kunnen worden opgenomen, dat de Commissie de billijkheid heeft erkend een deel der belasting aan Indië toe te kennen, maar het aan de Regeering heeft overgelaten?

Den Voorzitter komt het voor, dat die verschillende denkbeelden het best in het verslag worden opgenomen.

De vergadering betuigt daarmede .hare instemming.

De Voorzitter stelt de volgende verdere orde van behandeling voor:

Het bureau zal de Memorie van Toelichting nog eens nagaan om kleine redactie-wijzigingen aan te brengen. Verder zal het verslag worden omgewerkt en de afwijkende denkbeelden daarin worden ontwikkeld, omdat het twijfelachtig is of de leden afzonderlijke nota's kunnen indienen (de opdracht laat het onvermeld).

De notulen van de beide vergaderingen zullen met het gewijzigde ontwerp, de Memorie van Toelichting en het omgewerkte verslag aan de leden toegezonden worden met het verzoek de subcommissie te machtigen, het verslag definitief vast te stellen. Wie van de leden noe een of andere kleine wijziging noodig acht, wordt verzocht die wijziging binnen een paar dagen aan het bureau te doen toekomen. Het verslag kan dan spoedig worden uitgebracht; bij het verslag, dat aan den Minister wordt uitgebracht, zullen de notulen worden gevoegd. De Voorzitter acht het beter de publicatie van het verslag aan de Regeering over te laten.

De vergadering kan zich met dien gang van zaken vereenigen.

De Heer Gerretson wil in de notulen gaarne opgenomen zien, dat hij zich tegen de vergelijking met één -jaar heeft

Sluiten