Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

INLEIDING.

QNDER „oude Noren" verstaan we de verschillende Germaansche stammen, die zich in de vroege Middeleeuwen in Denemarken en in het Skandinavische Schiereiland vestigden. Zij spraken een Germaansche taal, waaruit het tegenwoordige Noorsch, IJslandsch, Zweedsch en Deensch zijn voortgekomen. Hun maatschappelijke verhoudingen waren de volgende: er was een boerenstand, voornamelijk uit landbouwers bestaande, die op de volksvergadering, het thing zijn macht uitoefende; een hoofdelingenstand, die zich van den koning tot den grootboer uitstrekte en meer oorlogzuchtige neigingen had en ten slotte een stand van knechts, de dienaren van hoofdelingen en boeren.

Tengevolge van hun geografische ligging bleven de Noord-Germanen langen tijd een afzonderlijke maatschappij vormen met slechts zeer weinig aanraking met het overige Europa. Eerst in de negende eeuw verandert dit; dan doen ze hun intrede in de geschiedenis en laten ze plotseling heel wat van zich hooren. Oorspronkelijk hadden zij vele kleine rijkjes gevormd, die langen tijd als zelfstandige staten naast elkaar bleven bestaan. Langzamerhand werden echter enkele

Sluiten