Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van die staatjes na bloedige gevechten onder één koning vereenigd. Zoo zien we, dat er tegen het eind der negende eeuw drie grootere koninkrijken zijn ontstaan: Denemarken, Zweden en Noorwegen, die elkaar in de volgende eeuwen afwisselend beoorlogen. Het moeilijkst was de vereeniging van de afzonderlijke rijkjes in Noorwegen gegaan, waar het berglandschap hun als het ware natuurlijke grenzen bood. Ook vond het koningschap daar, toen het eenmaal gevestigd was, het meeste verzet. De machtige vorst, die in Noorwegen de oppermacht had weten te verkrijgen, was koning Haraldr Harfagri (d.w.z. Schoonhaar), die in het jaar 872 na verbitterde gevechten de gouwvorsten, zelfstandige edelen en grootboeren definitief onderwierp. Dezen vonden het een vernedering, waar ze eerst vrij en geheel onafhankelijk waren geweest, zich thans voor het gezag van een koning te moeten buigen. Toen hun verzet niet meer kon baten, besloten ze, liever dan onder vreemde heerschappij te bukken, hun land te verlaten en elders hun bestaan als vrije mannen voort te zetten. Hun keus viel op IJsland, het eiland in het hooge noorden, dat ongeveer een eeuw tevoren ontdekt was. Daarheen begaven zich thans de op hun vrijheid gestelde Noren in grooten getale. De eerste, die zich hier vestigde, was Ingolf Arnarson, die in 874 naar IJsland ging en zijn

woning toevallig op dezelfde plaats stichtte, waar

nu Reykjavik, de hoofdstad van het eiland, ligt.

Sluiten