Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Vooral in den Vikingtijd verzwakte het geloof aan de goden; wel bleef men de oude gebruiken nog veelal in acht nemen, doch de werkelijke vereering verdween. Meer en meer ging men in eigen kracht vertrouwen. Een duidelijk beeld hiervan heeft Felix Dahn in zijn roman „Sind Götter?" gegeven: Halfred, een groot held en Skald (dichter-zanger) op IJsland is zoo door het ongeluk getroffen, dat hij half waanzinnig wordt; overal zwerft hij rond, aan ieder de vraag stellend, of er goden zijn; wie die vraag bevestigend beantwoordt, doodt hij. Bij zijn zwerftochten ontmoet hij eens zijn zoon Fridgifa. Zij kennen elkaar niet en Fridgifa brengt hem een doodelijke wond toe. Daarna sterft hij, doch door zijn vraag had hij in zijn zoon het verlangen gewekt, om het antwoord er op te vinden. Deze bestudeert dan de boeken der monniken, doch als die hem niet bevredigen, reist hij naar het hof van Koning Haraldr, waar hij als een dapper held bekend staat.

Die Fridgifa vindt tenslotte een oplossing van de vraag, die zijn vader zoo verontrustte. Dan zegt hij: „Thans weet ik het antwoord op Halfred's vragen. „Heidengoden zijn er niet.

„Maar ook de Christengod bestaat niet, die, hoewel almachtig en alwetend, den vader door den zoon liet dooden.1) Daarentegen geschiedt op aarde

1) Dit slaat op Fridgifa zelf \ als er een god geweest was, denkt hij, zou hij mij belet hebben mijn vader, dien ik niet kende, te dooden.

Sluiten