Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voornamelijk over die landen hebben gesproken. Daartoe behooren in de eerste plaats de Eddaliederen, een verzameling liederen van goden- en heldensagen, die de IJslandsche bisschop Brynjolf Sveinsson in 1643 in een handschrift uit de dertiende eeuw vond. Hij noemde dit Saemund's Edda, daar volgens zijn meening de geleerde IJslander Saemund (+ 1100) de maker of verzamelaar van die liederen was en daar ze dezelfde verhalen bevatten, die hij reeds kende uit de Edda van Snorri Sturluson. Dit laatste is een proza verhaal, door den dertiende-eeuwschen geleerde Snorri samengesteld, voornamelijk ter onderrichting van jongere dichters. Later is echter gebleken, dat Saemund niets met die verzameling te maken had: ook komt de benaming „Edda"1) uitsluitend aan Snorri's boek toe, doch men is er zoo aan gewoon geraakt, dat men dien naam ook voor de oudere liederenverzameling is blijven gebruiken. Deze z.g. Edda-liederen werden in de dertiende eeuw door geleerde IJslanders uit mondelinge overlevering verzameld en opgeschreven. Wie de makers ervan geweest zijn, uit welken tijd en van welke plaats ze afkomstig zijn, dat alles is ons niet overgeleverd. Het zijn vragen, waarmede de literaire kritiek zich nog

1) Over de beteekenis van het woord „Edda" is men het nog niet eens. Waarschijnlijk beteekent het „boek van Oddi"; Oddi was een centrum van IJslandsche geleerdheid en daar werd Snorri opgevoed. Volgens anderen zou Edda „leerboek der poëzie" beteekenen, terwijl men vroeger dacht, dat het „grootmoeder" beduidde.

Sluiten