Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de Wanen, die gastvrij opgenomen werden onder de Asen.

Met de gijzelaars van dezen liep het minder goed af. Hoenir was groot en mooi, maar niet verstandig. Desondanks bekleedde hij weldra een belangrijke positie onder de Wanen, en regeerde hij hen zelfs goed; de wijze Mimir gaf hem n.1. steeds raad. Toen de Wanen eenmaal merkten, hoe het eigenlijk met hem gesteld was, werden zij zoo vertoornd, dat ze Mimir het hoofd afsloegen en dit aan de Asen terugzonden. Odinn balsemde het, zoodra hij het ontving, en sprak er tooverspreuken over uit, zoodat het steeds bewaard kon blijven en hem zoo noodig raad geven. Deze Mimir was de bezitter van een bron aan den voet van den wereldesch, Yggdrasil, den grootste aller boomen, wiens takken de geheele wereld bestreken. Een dronk uit Mimirs bron gaf iemand groote wijsheid. Daarom is Odinn er eens heen gegaan, in de hoop er uit te mogen drinken; dat werd hem echter alleen maar toegestaan, indien hij zijn eene oog als pand gaf. Vandaar dat men hem zich altijd voorstelde als een krachtig man met grijzen baard en slechts één oog.

Hij was de opperste der Asen, Alvader, aan wien alle anderen gehoorzaamheid schuldig waren. Met twee andere goden is hij de schepper van den mensch geweest. Toen zij n.1. eens over de aarde zwierven, troffen zij twee boomen aan, Askr en Embla; dezen gaven zij adem, ziel,

Sluiten