Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ze diens moeder aantroffen, een monster met negenhonderd koppen, doch waar ze vriendelijk ontvangen werden door Hymir's vrouw. Daar aar man niet altijd beleefd tegen gasten was, verborg ze hen eerst. Toen hij thuis kwam, vertelde ze hem, dat hun zoon van ver weg tot tot hen gekomen was samen met Thorr, den weldoener der menschen en dat ze zich achter een balk verborgen hielden. Doch de balk brak voor den blik van den reus, acht ketels vielen stuk: slechts eén bleef er heel; nu traden de gasten te voorschijn. Hymir verwachtte niets goeds, toen hy den vijand der reuzen zag. Hij liet voor het avondmaal drie stieren slachten, waarvan Thorr er twee opat. Den volgenden dag zou hij met Hymir gaan visschen. De god moest zichzelf maar van aas voorzien: dit deed hij door den kop van een grooten zwarten stier afterukken; dezen stak hij aan zijn haak. De reus haalde twee wal visschen op, maar Thorr kreeg de midgardsslang beet, een monster, dat de geheele aarde kon omvatten; hij kon hem echter niet dooden, want de reus sneed het koord door en ij viel terug in zee. Aan land gekomen, gelastte de reus Thorr, de walvisschen naar huis te dragen. Hij nam toen de boot met de walvisschen en alles, wat erin was, op, en droeg dit naar Hymir's woning. Nog was deze niet overtuigd van Thorr's kracht; eerst moest hij daarvan nog blijk geven door Hymir's beker te breken. Dezen wierp hij uit alle macht tegen een steenen

Sluiten