Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een der saga's door koning Sverrir in een toespraak tot zijn leger vermeld wordt: een boer spoort zijn zoon, dien hij naar de oorlogsschepen brengt, tot dapperheid aan, met de woorden: „het langst leeft iemands roem; of hoe zou je je gedragen, als je in den oorlog kwam en vooruit wist, dat je zoudt vallen?"

Hij antwoordt: „wat zou me dan beletten, er zoo flink mogelijk op in te hakken?"

De vader zeide: „Zou nu iemand jou met zekerheid kunnen verklaren, dat je niet zult vallen?" Hij antwoordt: „waarom zou men dan nalaten, er zoo dapper mogelijk op los te gaan?" De oude sprak: „in iederen slag, waarin je komt, zal één van beiden gebeuren: öf je valt, öf je komt ongedeerd terug; wees daarom dapper, want alles is vooruit beschikt; niets brengt den niet-veege in de onderwereld en niets kan den veege helpen; 't ergste is het, op de vlucht te vallen." Behalve het geloof aan de onveranderlijkheid van het noodlot, blijkt uit dit verhaal tevens, hoe hoog moed geschat wordt. Moed is een van de eerste eigenschappen, die men van jongsaf moet bezitten. Dit is zoo natuurlijk, dat men er niet eens zoo heel veel over hoort spreken. Toch zijn er wel enkele bewijzen van te vinden:

Moed.

„Moed is beter dan een krachtig zwaard,

als helden zullen strijden; want een dapper

Sluiten