Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Ook de lafaard kan het noodlot niet ontgaan." „Onbegrensd is de vrees van een lafaard en de kwaadwilligheid van een slecht man." „De grootspraak van een lafaard komt op zijn eigen hoofd neer."

„Donker is het lot van een laaggeborene en zwart dat van een lafaard."

„Er is geen grens aan den angst van een lafaard of aan de kwaadwilligheid van een slecht mensch."

,,'t Is niet koninklijk, voor veel te vreezen." „Onmetelijk zijn de kwaadwilligheid en de angst van een lafaard."

„De lafaard vermijdt den strijd, alsof hij dan eeuwig leefde; de ouderdom spaart hem niet, al is hij aan de speer ontkomen." „Zelden is iemand dapper, wanneer hij oud wordt, als hij in zijn jeugd laf was."

Werkelijk geven de Noren dan ook reeds in hun jeugd bewijzen van een buitengewone dapperheid. Er bestaan verscheiden verhalen van jongens, die, acht, negen, twaalf jaar oud, reeds een of meer volwassenen gedood hebben. Egill, de held van een der saga's, sloeg, toen hij zeven jaar oud was, een anderen jongen dood, omdat hij hem beleedigd had en vijf jaar later doodde hij een knecht van zijn vader. Een twaalfjarige jongen doodde een man, omdat hij hem uitgescholden had voor „slavenzoon". De latere koning Olafr Tryggvason wreekte, op den leeftijd van

Sluiten