Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

negen jaar, zijn pleegvader door diens moordenaar te dooden. Een andere jongen, Vagn geheeten, spant nog de kroon: toen hij negen jaar oud was, had hij al drie mannen gedood. Somtijds wilden jongens dan ook alleen spelen met kameraden, die minstens hetj bloed van het een of ander dier hadden vergoten; zoo gaven kinderen dus reeds blijk van grooten moed. Naast het geloof aan de onafwendbaarheid van het noodlot staat als een andere grondgedachte, waarop de levensbeschouwing der oude Noren gebaseerd is, de overtuiging van de vergankelijkheid van al het aardsche. Niets is blijvend hier op aarde, alles sterft of verdwijnt op zijn tijd, tot zelfs de goden toe. Vandaar dat men niet te veel aan aardsche goederen moet hechten, niet te zeer vertrouwen op rijkdom, noch wanhopen om armoede of ongeluk. Men mag al heel dankbaar zijn, wanneer men nog leeft, want zoolang er leven is, is er hoop, zoolang men leeft, kan er nog verandering komen. Men moet dan ook nooit een ander wegens zijn armoede minachten.

V ergankelijkheid van het aardsche.

„Ieder kan nog door geluk gezegend worden." „Dikwijls slaat 't wêer om in vijf dagen, maar nog vaker in een maand."

,,'t Vuur is het beste voor de menschen-

Sluiten