Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Wees voorzichtig, maar niet al te voorzichtig; wees het voorzichtigst voor wijn en voor de vrouw van een ander en daarvoor in de derde plaats, dat dieven u niet bedriegen."

Geen dag is te vertrouwen, voordat hij ten einde is."

„Niemand moet vertrouwen stellen in een gebarsten boog, een brandend vuur, een huilenden wolf, een kraaiende kraai, een knorrend wild zwijn, een ontwortelden boom, een wassende golf, een ketel die kookt, een vliegenden pijl, een stroomende golf, ijs van één nacht, een slang die zich in bochten draait, woorden die de vrouw in bed spreekt, een zwaard dat gebroken is, het spel der beren, of een koningszoon, noch in een ziek kalf, een eigenwijzen knecht, een vleiende heks, een pas gedooden vijand, een akker waar vroeg gezaaid is; evenmin vertrouwe men te haastig op zijn eigen zoon; de akker moet gunstig weer hebben en de zoon verstand; twijfelachtig zijn die beiden dikwijls." „Men moet zijn toorn bedwingen; een kleinigheid geeft dikwijls aanleiding tot strijd." „Men vertrouwe niet op valschheid."

„Veel schijnt anders dan het is."

„Wanneer ge over berg of rots moet reizen, neem dan voldoenden reiskost mee." „Wel hem, die rustig toeziet."

„Dikwijls zijn de menschen overijld."

Sluiten