Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Matigheid.

„Een inhalig man, die geen overleg kent, eet zich ziek; zulk een onhebbelijk man berokkent zijn maag dikwijls spot, wanneer hij in gezelschap van verstandige menschen komt."

„Het vee eener kudde weet, wanneer het naar huis moet gaan en verlaat dan het gras; maar een dwaas mensch kent nooit de maat van zijn maag."

„Alles kan hij doen, die maat kent."

Wanneer men nu verder nog werkzaam en zindelijk is, dan kan men het een heel eind brengen in de wereld, zelfs al is men niet rijk. Als men maar netjes en frisch gewasschen op reis gaat, dan hoeft men er zich niet over te schamen, als zijn kleeren niet al te mooi meer zijn. Ook moet men steeds naar het goede streven:

Streven naar het goede.

„Een goed man onthoudt zich van twijfelachtige ondernemingen."

„Verheug u nooit over het kwade, maar schep vreugde in het goede."

„Het is slecht, slecht te zijn."

Werkzaamheid.

„Vroeg opstaan moet hij, die het geld of

Sluiten