Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Vrijgevigheid.

„Milde, dappere menschen leven het best; zelden hebben ze zorg; maar de lafaard is bang voor alles en de gierigaard bedroeft zich altijd over geschenken."

„Men aarzele niet het geld, dat men bezit, uit te geven; dikwijls spaart men voor een gehate, wat men den bevriende had toegedacht; veel gaat minder goed, dan men verwacht."

„Ik vond nimmer zulk een mild en vrijgevig man, dat geschenken krijgen hem niet welkom was, of zoo weinig op bezit gesteld, dat het ontvangen van een tegengeschenk hem onaangenaam was."

„Niets groots behoeft men aan een ander te geven, dikwijls verwerft men zich lof door het kleine; met een half brood en een halven beker wijn verwierf ik mij een groot vriend."

Nu is vriendschap iets, dat door de oude Noren zeer hoog geschat werd. Ware vriendschap is van het hoogste belang, daar zij alleen waarde aan het leven van den mensch geeft. Men moet er dan ook naar streven, de vriendschap van goede mannen te verwerven en als een kostbaar bezit te bewaren, wanneer men ze eenmaal verkregen heeft. Vrienden verwerven, dat kan men, zooals reeds uit de laatste aanhaling bleek,

9

Sluiten