Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

V oorzichtigheid in den omgang.

„Laat nimmer een slecht man uw onheil kennen, want van een slecht man krijgt ge nimmer vergelding van uw goede gezindheid.''

„Begin nooit een woordenwisseling met een slechten dwaas, want van een slecht man zult ge nooit vergelding voor iets goeds krijgen, maar een goed man kan u door zijn lof gunst verschaffen."

Geen woordenwisseling, zelfs niet van drie woorden, moet ge met een slechter man houden; dikwijls bezwijkt de betere, wanneer de slechtere hem treft."

„Dat raad ik u, dat ge nimmer op het thing met een dwaas strijdt, want een dwaas zal dikwijls erger woorden uitspreken, dan hij zelf weet. Alles is moeilijk; als ge zwijgt, dan maakt het den indruk alsof ge een lafaard zijt en wordt dat naar waarheid gezegd; twijfelachtig wordt dan uw naam, indien ge er u nog geen goeden verworven hebt; dood hem den volgenden dag en vergeld zoo zijn gemeene leugen."

„Dikwijls spreekt men over de zaken van anderen," [maar niet over zijn eigen zaken.) „Een bemoeial steekt zich in de rechtzaken van anderen."

„Maak geen schoenen en speerschachten,

Sluiten