Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Eerlijke trouw past een koning."

„Het past vorsten, de waarheid te spreken." „Het is verkeerd, zijn beloften niet te vervullen."

„Niets komt er van die menschen terecht,

die hun beloften breken."

„Eeuwig zal de schande onthouden worden,

als zij hun beloften schenden."

„De bedrieger is er erger aan toe dan de

bedrogene."

„Een list is eerlijk, maar een leugen is gemeen".

„De leugen wijkt, wanneer hij de waarheid ontmoet."

Even groote minachting als voor trouwbreuk had men voor heimelijken doodslag. Zoodra men iemand had gedood, moest men er openlijk voor uitkomen, of althans zijn wapen in de wond laten steken. Een vijand openlijk aan te vallen en te dooden, was dus vergund, maar niet, dit heimelijk te doen. In de volgende aanhaling verstaan we onder „moord" heimelijken doodslag.

Moord.

„Dat noemt men doodslag en niet moord, wanneer men zijn wapen in de wond laat steken.''

Een overeenkomstig onderscheid werd er ook gemaakt tusschen roof en diefstal.

Sluiten