Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wonderlijk doorzichtig is het glas.

Meer lijkt goed, dan werkelijk goed is. Dikwijls verwierpen wij het goede. Bruisend stort de golf zich op de klip. Niet alles is goud, wat er blinkt.

De kiem van het groote is klein.1) Wie naar het goed van anderen g r ij p e n, verliezen dikwijls het hunne.

Naar alles g r ij p e n, is alles verliezen. Wie naar twee dingen g r ij p t, verliest dikwijls beide.

De haan kraait het best op zijn eigen mesthoop.

Op eigen erf is de haan het machtigst.

Geknipt haar groeit vlug.

Haastige raad doet kwaad.

Hoe meer haast, hoe minder spoed.

Als men iemand haat, zijn al zijn daden

hatelijk.

Zelden treft een gehate een partij.

Altijd is iets half gezegd, als slechts één mensch het zegt.2)

Een sterke hand is dikwijls verborgen onder een versleten mantel.

De hand moet het hoofd redden.

Slechts korten tijd verheugt de hand zich in den slag.

Gezegend is de heelende hand.

1) Vgl. de gelijkenis van het mosterdzaad.

2) d. w. z: men moet een zaak altijd van twee kanten hooren.

Sluiten